Het politieke vuur leek door de terminale ziekte van Lieke Marsman (1990-2026) nog meer te zijn aangewakkerd

vrijdag, 5 juni 2026 (16:48) - Het Parool

In dit artikel:

Lieke Marsman (1990–2026), dichter, schrijver en filosoof, is woensdag op 35‑jarige leeftijd overleden aan kraakbeenkanker, een week voor de verschijning van haar laatste bundel De dichter en de duivel. Marsman brak in 2010 door met haar veelgeprezen debuut Wat ik mijzelf graag voorhoud en vervolgde een succesvolle en geëngageerde carrière: poëziebundels, een experimentele roman (Het tegenovergestelde van een mens, 2017) en essaybundels waarin persoonlijke ervaring en maatschappijkritiek elkaar afwisselen.

Haar ziekte begon in 2017 met pijn in de schouder; aanvankelijk werden haar klachten verkeerd gecategoriseerd, maar uiteindelijk toonde een MRI een tumor. Hoewel de primaire tumor werd verwijderd, bleken er uitzaaiingen aanwezig en werd de aandoening in de loop van de jaren ongeneeslijk. Marsman liet zich niet passief behandelen: samen met vrienden zocht ze internationaal naar nieuwe behandelmethoden. Vriendin en schrijfster Hanna Bervoets vatte haar strijdvaardigheid samen als een weigering zich neer te leggen bij het onvermijdelijke; Marsman zelf zei in Zomergasten over haar wil om te leven: “Dat gevoel van ik wil blijven leven is zo sterk.”

Ziekte en sterfelijkheid werden belangrijke thema’s in haar oeuvre: in De volgende scan duurt vijf minuten (2018) en In mijn mand (2021) reflecteerde ze openlijk op leven met de dood. Tegelijkertijd verdiepte ze zich in bredere filosofische en religieuze vragen — in Op een andere planeet kunnen ze me redden (2025) behandelt ze o.a. belangstelling voor christelijke denkers, kwantummechanica en het onverklaarbare — en bleef ze sociaal en politiek geëngageerd. Als Dichter des Vaderlands (2021) gebruikte ze haar positie om scherpe gedichten te publiceren over klimaat, zorg en rechterlijke politiek. Haar laatste bundel kiest nadrukkelijk de agressieve, wereldse thematiek: gedichten over extreemrechts, de genocide in Gaza en de oorlog in Oekraïne geven de dichter een vitale, confronterende rol.

Voor haar geheel aan werk ontving Marsman in 2025 de Constantijn Huygens‑prijs; recentelijk kreeg ze ook de Frans Banninck Cocqpenning voor culturele verdiensten. Persoonlijke herinneringen aan Marsman — onder meer aan een studentenkamer aan de Stadhouderskade waar ze gedichten op de muur plakte om de volgorde te bepalen — schetsen een beeld van iemand die ondanks ziekte levenslust, nauwkeurigheid en een scherp moreel kompas behield. Haar overlijden sluit een oeuvre af waarin persoonlijke nood en publieke verontwaardiging steeds met elkaar verstrengeld waren.