Het opzetten van dode dieren wint aan populariteit. Is dat een teken van liefde of controledrang?

woensdag, 18 februari 2026 (12:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Artis’ opgezet nijlpaard Tanja staat sinds oktober 2025 in het Groote Museum en fungeert als kapstok voor een bredere observatie: taxidermie is terug van weggeweest, maar lijkt van doelgroep en betekenis te zijn verschoven. Waar het opzetten van dieren in de negentiende eeuw vooral een statussymbool en koloniale trofee was, groeit de huidige belangstelling vooral vanuit persoonlijke liefde voor (huis)dieren, educatieve interesse en esthetische nieuwsgierigheid.

Wie en waar
- Het prominente voorbeeld is Tanja, die bijna vijftig jaar in Artis leefde en in 2009 stierf; preparateur Maurice Bouten zorgde dat zij een plek kreeg in het museum. De aankomst van haar opgezette huid in het Groote Museum vond plaats in oktober 2025.
- In praktijkateliers zoals De Museumwinkel in Nijmegen werkt onder anderen Daphne Plugers Horstink aan opzetwerk — van kleine ijsvogels en aapjes tot grote dieren zoals ex-circusbeer Dadon (Ouwehands).
- Ook hedendaagse kunstenaarscollectieven (Darwin, Sinke & Van Tongeren, bekend van Art Zoo) en organisaties als Bos en Fauna stimuleren belangstelling via museale presentaties, workshops en social media.

Wat gebeurt er en hoe
Taxidermie wordt vandaag zowel professioneel als als hobby beoefend. Het ambacht bestaat uit zorgvuldig meten en tekenen van het dier, het maken van een 3D-model van het lichaam, het verwijderen en looien van de huid, en het spannen van die huid over het model. Preparateurs gebruiken moderne materialen en technieken; giftige stoffen als arsenicum zijn grotendeels vervangen door veiligere alternatieven. Oogkeuze, houding en nabewerking bepalen het eindresultaat: realistisch ogende huisdieren voor nabestaanden, natuurhistorische objecten voor musea of theatrale tableaus in kunstinstellingen.

Wie het doet en waarom
De samenstelling van beoefenaars is veranderd: veel jongere mensen en opvallend veel vrouwen volgen cursussen; de Nederlandse Vereniging van Preparateurs groeide van zo’n zestig leden naar ongeveer 280 (inclusief hobbyisten). Motieven variëren: troost na het verlies van een huisdier, de wens om natuur van dichtbij te beleven, educatie en behoud van biodiversiteit in museale collecties. Preparateurs en liefhebbers noemen vaak woorden als liefde, eerbetoon en respect. Sommige taxidermisten zijn zelf vegetariër en natuurbeschermers, wat de paradox van het vak onderstreept.

Publiek, ethiek en regelgeving
Taxidermie wekt uiteenlopende emotie op — verwondering, ontroering, maar ook afkeer en uncanny gevoelens. Musea zoals Artis willen met Tanja bewust het gesprek openen over de menselijke relatie met dieren: waarom bewaren we, representeren we of verbeelden we dieren? Er bestaan regels: professionele preparateurs melden wilde dieren en werken met genummerde specimens; dierentuinen, jagers en natuurlijke sterfte leveren doorgaans de toestroom. Illegaal prepareren is niet ondenkbaar maar riskant voor reputatie en bedrijf. Preparateurs benadrukken ook duurzaamheidsargumenten: een opgezet dier krijgt een ‘tweede leven’ als educatief object.

Kunst, presentatie en nabijheid
Kunstprojecten en museale opstellingen spelen met taxidermie als beeldtaal. Art Zoo combineert historische referenties met spectaculaire scenografieën waarin soorten samenkomen die in de natuur nooit naast elkaar zouden staan. Voor bezoekers levert dit een andere, vaak intenser ervaren nabijheid van dieren: het kijken, aanraken van vachtstaaltjes in een preparatiekabinet of het van dichtbij zien van kleuren en details die in het wild, bij nachtelijke of schuwe soorten, anders verborgen blijven. Die nabijheidsdrang is een centrale verklaring voor de populariteit: mensen willen dichtbij zijn, soms tot gevaarlijke grenzen aan toe (vergelijk safari’s, bezoekers die tegen verblijven aanduwen, of het gedrag van vogelaars).

Psychologische onderlaag en kritiek
De auteur reflecteert ook op de ambivalentie: het opzetten van een geliefd dier kan troost bieden, maar houdt ook de controle in handen — ook na de dood blijft de mens baas. Dat roept vragen op over authenticiteit, dierenwelzijn en de morele relatie tussen mens en dier. Documentaires en portretten van preparateurs (bijvoorbeeld Wesley Kevenaar, bekend van Bouten & Zoon) tonen dat voor sommigen het werk helpt rouw uit te stellen of te verwerken; anderen zien het juist als problematisch.

Belangrijke feiten en voorbeelden
- Tanja: iconisch nijlpaard van Artis, leefde bijna vijftig jaar, opgezet en tentoongesteld sinds oktober 2025.
- De Museumwinkel (Nijmegen) verzorgt uiteenlopende opdrachten, van kleine vogels tot grote beer (Dadon).
- De Nederlandse Vereniging van Preparateurs is sterk gegroeid; workshops en socialmedia-instructies boomen.
- Kunstenaarscollectief Darwin, Sinke & Van Tongeren (Art Zoo) maakt taxidermie tot kunstvorm.

Slotbeschouwing
Taxidermie is niet langer uitsluitend het domein van koloniale kabinetten of jachtkamers; het is hernieuwd relevant als ambacht, troostinstrument en artistiek medium. Tegelijkertijd dwingt de populariteit tot discussie: over hoe we rouwen, hoe we dieren waarderen en over de mate waarin menselijke controle over de natuurlijke wereld doorzet — zelfs wanneer het dier allang gestorven is. Museale projecten zoals Tanja’s verblijf openen gesprekken over die spanningen en nodigen uit om onze relatie met dieren kritisch te onderzoeken.