Het omvangrijke netwerk van de Goltzius-clan: 16de-eeuwse prentenmakers met verre Venlose wortels
In dit artikel:
De beroemde omhaal van Carlo Parola uit de jaren 1950 blijkt visueel al te bestaan in een gravure van 1588 van Hendrick Goltzius. In die cirkelvormige prent ziet men een jonge man in een bijna horizontale vlucht‑houding, benen omhooggeslagen — op het eerste gezicht een perfecte rovesciata, ware het niet dat Goltzius een naakte Phaëton afbeeldde, gezeten op de gespreide strijdwagen van zonnegod Helios. Alleen de bal en het voetbaltenue ontbreken dus; de scène verwijst naar het klassieke mythologische ongeluk van Phaëton.
De prent illustreert Goltzius’ virtuositeit in perspectief en anatomie en geldt als een hoogtepunt in het werk van deze Haarlemse kunstenaar (1558–1617). Goltzius werkte samen met uitgevers in Antwerpen, maakte studiereizen naar Italië (onder meer Florence en Rome) en ontwikkelde zich tot een toonaangevend prentmaker en schilder van zijn tijd.
Veel van zijn werk en dat van verwanten en leerlingen staan momenteel centraal in een grote tentoonstelling in het Limburgs Museum in Venlo. De expositie toont ongeveer honderd tekeningen, prenten en twee schilderijen uit privécollecties en instituten als het Rijksmuseum en Teylers Museum. Ze belicht enerzijds het artistieke netwerk rond Goltzius — inclusief personen als Cornelis Drebbel en Jacob Matham — en anderzijds probeert ze de familiegeschiedenis te koppelen aan Venlo. Die laatste claim is echter wat problematisch: de familienaam verwijst naar de boerderij Goltzhof in Hinsbeck (vlak bij Venlo), maar veel familieleden trokken al vroeg naar steden als Antwerpen, Haarlem, Keulen en Rome. Hubrecht en zijn zoon Jan werkten wel in Venlo; Hubert Goltzius (1526–1583) vervaardigde in 1557 een Laatste Oordeel voor het stadsbestuur, maar zijn carrière speelde zich grotendeels elders af.
De tentoonstelling maakt vooral duidelijk hoe het kunstenaarsbedrijf van de 16de‑ en 17de‑eeuw een familiezaak was: samenwerking, specialisatie en het hergebruiken van ontwerpen stonden centraal. Hendrick zette de dynastie echt op de kaart, al was zijn enige directe erfgenaam zijn stiefzoon Jacob Matham (1571–1631). Klein maar veelzeggend is het metalen portretje van de dertienjarige Jacob, dat vooruitwijst naar zijn latere rol als prentuitgever.
Technische innovatie komt aan bod — Goltzius experimenteerde met chiaroscuro‑houtsneden — net als commercieel bewustzijn: onvoltooide prenten van Hendrick, zoals een Aanbidding der Herders, werden door Jacob in 1615 uitgegeven en in schetslijnen voltooid, waarmee hij zowel het artistieke nalatenschap bewaakte als slim inspeelde op de marktwaarde van zijn stiefvader. Ook de meer frivole en provocative druktechnieken van familieleden — denk aan uitklapbare bladen met verborgen scènes — tonen de variëteit van hun grafische productie.