Het OM zette 'terror­ist­ische soevereine' burgers wekenlang in de cel - ondanks flinterdun bewijs

zaterdag, 28 maart 2026 (06:08) - Follow the Money

In dit artikel:

Op 11 juni 2025 voerde een speciaal rechercheteam, bijgestaan door leden van de Dienst Speciale Interventies, gecoördineerde huiszoekingen uit op meerdere locaties in Nederland als onderdeel van het zogenoemde Barracuda-onderzoek. Het Openbaar Ministerie stelde dat een netwerk van radicale soevereinen werd opgerold dat mogelijk gewelddadige acties rond de NAVO-top in Den Haag zou voorbereiden. Acht mensen werden aangehouden, waaronder het Friese netwerkcontact Ritske B., ex-militair John van K., wapenhandelaar Jan B. en het stel Marieke de Velde (41) en Bram Gelderblom (48) uit Witharen.

De Velde en Gelderblom, die elkaar leerden kennen bij coronaprotesten en actief waren in ‘vrijheids’-netwerken en boerenprotesten, werden in de vroege ochtend gearresteerd nadat bij hun woonboerderij items waren gevonden zoals veiligheidsvesten, portofoons, een kaart met NAVO-alfabet, twee busjes pepperspray en een witte substantie in de vriezer. De AIVD-classificatie ‘anti-institutioneel extremist’ speelde een rol in de verdenking. Het paar zegt zelf activistisch en kritiek op de overheid te zijn geweest, maar ontkent ooit plannen voor geweld te hebben gehad; de vermeende witte substantie bleek volgens hen kokosmelk.

Een belangrijk onderzoeksstuk was een afgeluisterd gesprek op 6 mei 2025 in een Dodge Ram, waarin Ritske B., advocaat Arno van Kessel en ondernemer Harm S. praatten over verstoringsacties tijdens de NAVO-top. In dat gesprek viel ook de naam ricine en werden voornamen van De Velde en Gelderblom genoemd; dat bood voor justitie aanleiding om breder op te schalen. Bij Ritske B. werden later petflessen met castorbonen gevonden, de grondstof voor ricine. Bij anderen trof de politie wapens, munitie en prepmateriaal aan.

De uitkomst voor individuen verschilde: Gelderblom werd na zes dagen vrijgelaten wegens onvoldoende aanwijzingen; De Velde bleef langer vast, werd overgebracht naar de terroristenafdeling van de PI Zwolle en zat in volledige beperkingen tot na de NAVO-top (vrijgelaten 26 juni). Harm S. zat acht maanden voorarrest ondanks dat onderzoek van zijn telefoon weinig belastends opleverde; zijn advocaat stelt dat hij veel verdachten nauwelijks kende. John van K. bezat daadwerkelijk wapens maar nam volgens verdediging niet deel aan de gesprekken die als bewijs dienen. De vervolgstappen van het OM richten zich op het aantonen van een “harde kern” rond oud-advocaat Van Kessel en wapenleveranciers.

Critici — verdedigers en wetenschappers — betwisten de juridische onderbouwing. Advocaten noemen het gebruik van possession van wapens of contact met anderen als onvoldoende om iemand automatisch tot lid van een terroristische organisatie te bestempelen. Rechtswetenschapper Luuk de Boer wijst erop dat de soevereine bewegingen vaak fragmentarisch en zonder hiërarchie zijn; de terrorismewetgeving is oorspronkelijk geschreven voor georganiseerde, hiërarchische netwerken na 9/11 en past niet goed op dit “los zand”. Hij waarschuwt ook dat ingrijpen door de staat soms juist geweld kan uitlokken en dat justitie hiermee grenzen van de wet aftast.

De Velde en Gelderblom kregen hun zaken later door het OM geseponeerd wegens onvoldoende bewijs; zij bereiden een civiele procedure voor om erkenning te krijgen dat zij ten onrechte verdacht waren. Het Barracuda-onderzoek loopt door: het dossier is nog niet rond en een definitieve juridische beoordeling van de terreerverdenkingen wordt waarschijnlijk niet voor medio 2027 verwacht. De zaak legt illustratief spanningen bloot tussen preventieve veiligheidslogica en rechtsbescherming, en roept vragen op over profilering, transparantie en de toepasbaarheid van terrorismewetgeving op diffuus activistische milieus.