Het Mythos-effect: Trump haalt voorzichtig de teugels aan voor AI
In dit artikel:
Anthony Fleming, regionaal coördinator van Pause.AI, zat op een zaterdagmiddag in mei met flyers en buttons op de National Mall in Washington handtekeningen te verzamelen tegen de ongereguleerde opmars van kunstmatige intelligentie. De Protestbeweging, begonnen in Nederland, wint ook in de VS aan aandacht omdat burgers zich zorgen maken over datacenters, baanverlies en schadelijke effecten op jongeren.
Tegelijkertijd schakelt de Amerikaanse techsector steeds nadrukkelijker met defensie: bedrijven investeren miljarden in datacenters en leveren technologie aan het Pentagon. Op de AI+ Expo in Washington stonden de booths van Amazon, Google, Meta, Microsoft en OpenAI tussen wapenfabrikanten en ministeries, en ontmoetten topmensen van tech, politiek en leger elkaar. Die toenadering is deels economisch (terugverdienen van dure infrastructuur) en deels strategisch: het ministerie van Defensie wil AI inzetten om sneller doelen te vinden en cyberdreigingen te bestrijden.
De relatie tussen overheid en industrie is echter gespannen. Anthropic weigerde eerst bepaalde militaire toepassingen die massasurveillance of autonome dodelijke wapens mogelijk maken, maar bracht later Mythos uit: een model dat softwarekwetsbaarheden razendsnel identificeert. Mythos maakte duidelijk dat AI niet alleen nuttig maar ook gevaarlijk kan zijn; het leidde ertoe dat president Trump een decreet ondertekende om modellen die als cyberwapen kunnen dienen vooraf te laten controleren via een ‘clearinghouse’. Deelneming door AI-bedrijven is voorlopig vrijwillig — een uiterst voorzichtige stap maar de eerste aanwijzing van staatsingrijpen.
Cyberveiligheidsexperts en verdedigers van humanitair recht luiden ook de noodklok. Katie Sutton van het Pentagon benadrukt dat cyberaanvallen strategisch kunnen worden ingezet en dat verdedigers voortdurend in het nadeel verkeren; recent werden Amerikaanse infrastructuur en overheidsnetwerken geconfronteerd met grootschalige campagnes zoals Salt Typhoon (2023) en Volt Typhoon (2024), waarvoor de VS China aanwijst als dader. Het Pentagon zegt ook offensief met cybermiddelen te werken, gecombineerd met conventionele operaties.
Het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC) waarschuwt dat digitale wapens burgers even hard kunnen treffen als conventionele wapens. Jonathan Horowitz van het ICRC stelt dat internationale humanitaire regels ook voor cyberoperaties moeten gelden: je mag een ziekenhuis niet ‘platleggen’ met een aanval op netwerken of stroomvoorziening. Commerciële hardware en diensten vallen snel midden in een conflict; dit was mede reden voor het Nederlandse kabinet om de verkoop van Digi-D-beheerder Solvinity aan een Amerikaanse partij te blokkeren.
Operationele beperkingen van AI in militaire toepassingen kwamen al eerder pijnlijk aan het licht. Project Maven — het Pentagonprogramma dat met beeldherkenning vijandelijke doelen moet identificeren — heeft problemen met context, datasets en generalisatie: modellen getraind op bepaalde landschappen falen in andere omgevingen, en algoritmes maken soms geen onderscheid tussen volwassenen en kinderen of tussen een wapen en een rugzak. Die beperkingen hebben geleid tot dodelijke incidenten; een Amerikaanse raket die een Iraanse meisjesschool trof (resulterend in grote aantallen doden) benadrukt hoe verouderde of onvolledige data fatale gevolgen kunnen hebben. Journalisten en onderzoekers constateren dat menselijke beoordelaars vaak meer context kunnen meewegen dan AI, en dat blind vertrouwen in automatische systemen risico’s vergroot.
Kortom: in de VS botst een snelle, commerciële AI-ontwikkeling met beveiligingszorgen, juridische grenzen en publieke angst. Politieke signaalacties — zoals het Trump-decreet voor cyberwapens — en incidenten als Mythos en mislukkingen van AI-systemen op het slagveld zetten druk op zowel overheden als bedrijven om regels, toetsing en verantwoordelijkheid te regelen. Burgers en organisaties blijven waakzaam; lokale protesten tegen datacenters, discussies over privacy en rechtsregels rond digitale wapens illustreren dat maatschappelijke acceptatie van militaire en civiele AI-toepassingen allesbehalve vanzelfsprekend is.