Het leven is een last die de eenzame helden van filmmaker Paolo Sorrentino zwaar op de schouders drukt

dinsdag, 17 maart 2026 (17:26) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

In La Grazia speelt Toni Servillo de Italiaanse president Mariano De Santis: een bedachtzame, bijna onbewegelijke oud-rechter die zijn laatste maanden in het Quirinaal doorbrengt. Regisseur Paolo Sorrentino reconstrueert met hem opnieuw een poëtische, melancholieke wereld van vergankelijkheid en morele twijfel. De film draait om De Santis’ terughoudendheid: hij schuift het ondertekenen van een nieuwe euthanasiewet voor zich uit en worstelt met twee gratieverzoeken, terwijl de herinnering aan zijn overleden geliefde Aurora hem steeds achtervolgt. Zijn dochter-assistente, de vriendelijkheid en het instituut van de presidie vormen het decor van zijn innerlijke conflict tussen plicht, schuldgevoel en verlangde verlossing.

La Grazia sluit Sorrentino’s onofficiële politieke trilogie af: eerder zette hij in Il Divo Giulio Andreotti neer als de ijzige machtspoliticus van het naoorlogse Italië, en in Loro bekeek hij Silvio Berlusconi als flamboyante, narcistische figuur. Servillo is de vaste filmpartner van Sorrentino en fungeert vaak als diens alter ego: verkrampt, observerend en gedragen door een diepe nostalgie. In La Grazia is die rol explicieter een confrontatie met het naderende einde — De Santis zoekt naar ‘genade’, in religieuze, juridische en existentiële zin.

Sorrentino verweeft persoonlijke thema’s en autobiografische echo’s in zijn werk. Zijn eerdere coming-of-age-films, waaronder The Hand of God en Parthenope, tonen een ander gezicht van Napels en van zijn eigen verleden; een jeugdtrauma over de dood van zijn ouders speelt als achtergrondmuziek door zijn oeuvre. Ook in La Grazia keert die existentiële zwaarte terug: mannen in Sorrentino’s films zijn vaak op hun retour, emotioneel verarmd, zoekend naar betekenis. Beelden als een astronaut die gewichtloos door het ISS zweeft of de barokke zalen van het Quirinaal accentueren het verlangen naar lichtheid en ontsnapping.

Sorrentino’s blik op vrouwen is ambivalent: jongere vrouwen worden in zijn films regelmatig geïdealiseerd en gemotiveerd door zintuiglijke fascinatie, terwijl oudere vrouwen vaker vollere, gezaghebbende rollen krijgen. In La Grazia is Coco Valori bijvoorbeeld een uitgesproken tegenstem — spraakzaam en levenswijs — tegenover De Santis’ eenzame reflecties. Critici merken op dat Sorrentino soms schuldig lijkt aan een ‘male gaze’, maar hij probeert dat te nuanceren, onder meer met Parthenope, waarin een veelbelovende jonge vrouw haar intellectuele ambities volgt in plaats van een traditioneel gezin.

Stijl en esthetiek blijven centrale troeven: Sorrentino leunt zwaar op visuele barok, dramatische montage en een eclectische soundtrack — van serene strijkers tot Italo-rap — om de innerlijke staat van zijn personages voelbaar te maken. Die theatrale aanpak roept ook de erfenis van Federico Fellini op; Sorrentino wordt vaak als diens hedendaagse erfgenaam gezien, door de combinatie van publieke spektakelbeelden en intieme melancholie.

La Grazia onderzoekt macht, verlossing en sterfelijkheid in een hedendaags Italië dat Sorrentino idealiseert en bekritiseert tegelijk: glorie en verval liggen dicht bij elkaar, het nationale geheugen en persoonlijke nostalgie botsen. De film biedt geen simpele antwoorden, maar een contemplatie over hoe een man en zijn land omgaan met voorbijgaan, verantwoordelijkheid en de vraag of er voor hen nog genade bestaat.