Het leven in Venezuela is iets vrijer, maar het vertrouwen in de regering is ver te zoeken

donderdag, 19 maart 2026 (00:48) - Het Parool

In dit artikel:

Twee maanden na de gewelddadige Amerikaanse inval en de ontvoering van president Nicolás Maduro ontstaan er in Venezuela voorzichtig meer politieke ruimte, maar de overgang is broos en gecontroleerd. In Caracas durfden betogers onlangs voor het eerst in jaren het stadscentrum, tot voor kort strikt verboden terrein voor de oppositie, weer op te zoeken. De oproerpolitie was wel present, maar kreeg kennelijk de opdracht niet te schieten — een opvallende verandering ten opzichte van eerdere, bloedige confrontaties.

De politieke koers wordt nu zichtbaar bijgestuurd door degenen die Maduro tijdelijk hebben vervangen: Delcy Rodríguez fungeert als de feitelijke machtsdrager en voert, onder Amerikaanse druk, een beperkte versoepeling door. Commerciële zenders tonen weer gematigde oppositieleiders en onafhankelijke journalisten mogen voor het eerst in jaren persconferenties in het presidentieel paleis bijwonen. Straatacties met soms duizenden deelnemers keren voorzichtig terug. Tegelijk blijft de revolutionaire retoriek intact: billboards eisen Maduro’s vrijlating, maar kritiek op de VS ontbreekt opvallend.

Een centraal instrument in de verandering is een amnestiewet bedoeld om politieke gevangenen vrij te laten. De uitvoering stagneert: mensenrechtenorganisatie Foro Penal bericht dat ongeveer 600 gedetineerden zijn vrijgelaten, maar dat zeker 500 nog vastzitten. Volgens directeur Alfredo Romero is Venezuela “nog steeds in een diepe institutionele crisis” — veel families melden nu eerdere arrestaties die ze eerst niet durfden te melden. Vrijlating betekent vaak geen volledige vrijheid; oud-gevangenen krijgen huisarrest, enkelbanden, reisverboden of verplichte meldingen bij de politie, en hun aanklachten blijven doorgaans ongewijzigd. Intimidatie door geheime diensten loopt door, vooral in volkswijken.

De Verenigde Staten hanteren een driedelige strategie — stabilisatie, wederopbouw en uiteindelijk democratische overgang — en werken daarvoor samen met de huidige machthebbers, zo zei minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio. De prioriteit ligt voorlopig op fase twee: herstel van de olie-industrie. Het parlement keurde de opening van de sector voor westerse bedrijven goed; Chevron, Shell, BP en Repsol bereiden zich voor en de olieproductie stijgt geleidelijk. De VS beheren nu grotendeels de olieverkoop en hebben al een half miljard dollar naar de staatskas overgemaakt. De hoge olieprijs door het conflict met Iran is een meevaller voor het regime.

Voor veel Venezolanen is de situatie echter nauwelijks merkbaar. Inflatie en armoede blijven schrijnend: gepensioneerde Judith Cardenas zegt: “We zien er niks van,” haar pensioen is na devaluatie vrijwel waardeloos. Grote twijfels bestaan over de bereidheid van de VS om hard te blijven optreden totdat vrije verkiezingen echt gewaarborgd zijn; oppositieleider Maria Corina Machado kan voorlopig niet terugkeren. Kortom: er is meer ruimte en enkele concrete stappen, maar geen onomstotelijke democratische ommekeer — de macht blijft verdeeld en de repressie sluimert voort.