Het laatste wat Zacharias Klaasse zich van zijn moeder herinnert, is dat hij een rolletje King voor haar haalde
In dit artikel:
Zacharias Klaasse (78) uit Lieren leeft nog steeds met de beelden van zijn vroege verlies: als zesjarige liep hij als eersteling achter de baar van zijn moeder, nadat zij kort daarvoor tijdens een operatie aan een hersentumor was overleden. Zijn vader stierf toen Zacharias zes weken oud was; die dubbele jeugdtragiek bepaalt zijn herinneringen, dromen en zijn levenshouding. Hij woont op een royaal perceel met uitzicht over weilanden en bossen, leest dagelijks predikingen en maakt elke ochtend lange wandelingen voor zijn gezondheid.
Klaasse is ouderling binnen de Gereformeerde Gemeenten en staat bekend als retorisch sterk: hij spreekt met nadruk en een schijnbaar feilloos geheugen, maar ook met stelligheid die mensen kan raken. Tegelijk is hij gevoelig en luisterend naar wie in de knel zit; hij heeft bijvoorbeeld werknemers uit lastige omstandigheden gesteund. Zijn levensloop bevat tegenstellingen: hij voelt zich sterk verbonden met zijn eigen kerkgemeente, maar bewondert en leest ook predikers buiten die kring, zoals ds. J.W. Kersten en C.H. Spurgeon. Meest bepalend voor hem is ds. J.P. Paauwe; van hem leest hij al decennialang dagelijks en hij bewondert Paauwe’s nadruk op de radicaal verloren staat van de mens en het vrije aanbod van genade.
Het overlijden van zijn moeder en de onthechting die daarop volgde, heeft hem gevormd. Hij groeide op in kosthuizen en wisselende verblijfplaatsen; bindingsangst en het gevoel van verlatenheid keren in dromen terug. Toch kende hij ook sterke geestelijke ervaringen: als kind waren diepe indrukken al aanwezig, en rond zijn dertigste beleefde hij een periode waarin hij zich door God "verworpen" waande — een ervaring van diepe geestelijke nood gevolgd door ontwaken in het besef van genade en vrede in de ziel. Over bekering en roeping spreekt hij terughoudend: veel van zijn geloofsleven lag er al vroeg en een dramatisch bekeringstijdperk noemt hij niet noodzakelijkerwijs herkenbaar voor zichzelf.
Privéleven en ambtelijke inzet wisselen: hij is 52 jaar getrouwd en vader van twaalf kinderen, grootvader van tientallen kleinkinderen. Hij uit spijt dat hij niet altijd een goede vader was — veel avonden was hij van huis — maar hij prijst de rol van zijn vrouw en is dankbaar dat zijn kinderen in de bevindelijke waarheid zijn opgegroeid. Professioneel werkte hij onder meer bij het Kadaster; als ambtsdrager zit hij ruim vijftig jaar in kerkenraadswerk en neemt hij actief deel aan classis en synode. Hij is kritisch op vergadercultuur maar waardeert de persoonlijke gesprekken daar; hij staat er zelf voor open om jaarlijks te laten beoordelen of hij nog geschikt is voor het ambt.
Klaasse spreekt open over het risico van gezag bij langdurig ambtelijk functioneren: hij merkt dat men sterker naar hem luistert dan vroeger en wil ter wille van eerlijkheid en transparantie functioneringsgesprekken met de kerkenraad. Zijn aanpak in het ambt is uitgesproken — hij "kleurt graag buiten de lijntjes" — maar hij benadrukt tegelijk luisterbereidheid, vooral voor mensen aan de rand. Hij heeft kritiek gekregen en geeft toe soms onrecht te hebben gedaan; daarover ervaart hij berouw en probeert hij te leren van terechtwijzingen.
In bredere zin worstelt hij met hedendaagse ontwikkelingen: jonge generaties lijken opgeslokt door muziek en beelden, maar hij ziet ook tekenen van zoekende belangstelling voor geestelijke zaken. Theologisch leeft bij hem een dubbele focus: dankbaarheid voor de uitverkiezing en bezorgdheid over wie achterblijft — een spanning die hij noemt als “tegenstrijdigheid”. Zijn theologische voorkeuren zijn orthodox en bevindelijk: niet op zoek naar fraaie bekeringsoverhalen, maar geboeid door Schriftuurlijke ernst, de nood van de mens en het vertrouwelijke aanbod van genade.
Klaasse’s verhaal bevat veel kleine, indringende beelden: het fotoboek met een moeder die hij nooit heeft zien lachen, het op de tast zoeken naar geestelijke zekerheid, de liefde voor predikers die hoop bieden voor wie zichzelf niet in talloze kenmerken van genade herkent. Wat hem het meest dankbaar maakt, is de vrouw met wie hij het leven deelde en de momenten waarin hij stervenden kon bijstaan. Ondanks zijn worstelingen en twijfels concludeert hij dat hij blij is dat hij geleefd heeft en dat uiteindelijk alleen Gods wezen en Zijn betrekking tot hem van blijvende waarde zijn.