Het koorlandschap verandert, maar bruist nog steeds

vrijdag, 13 maart 2026 (07:02) - NOS Nieuws

In dit artikel:

Elke week zong het mannenkoor uit Oudenbosch sinds 1910, maar onlangs klonken daar voor het laatst de noten: door gebrek aan nieuwe leden is het koor opgeheven. Koorlid Rien van Son (81) — een van de oudste leden — benoemde op de dag van het laatste concert de emotie: "Ik kan wel huilen." De gemiddelde leeftijd van het mannenkoor was 79; toen ongeveer tien zangers aangaven te stoppen vanwege stemproblemen of leeftijd ontstond er geen toekomstperspectief meer.

Het lot van het Oudenbossche mannenkoor illustreert een breder patroon in Nederland: traditionele koren, vooral kerkkoren, klassieke ensembles en mannenkoren, worstelen met vergrijzing en moeite om jongeren aan te trekken. Koornetwerk Nederland en regionale koororganisaties zien dat het leeftijdsverschil tussen zittende leden en potentiële jonge zangers vaak te groot is om aansluiting te vinden. Daarnaast heeft de coronapandemie eerder veel koren verzwakt of doen stoppen, doordat samen zingen tijdelijk riskant of verboden was.

Tegelijkertijd groeit juist het enthousiasme voor moderne vormen van samenzang. Popkoren, projectkoren en losse zanggroepen winnen terrein: veel mensen kiezen voor kortlopende projecten met hedendaags repertoire (bijvoorbeeld Hazes- of popkoren) of voor minder verplichte repetities waarbij instromen laagdrempelig is. Landelijk wordt geschat dat rond de 1,7 miljoen Nederlanders samen zingen; ongeveer een zevende hiervan zingt in een koor dat bij Koornetwerk Nederland is aangesloten. Zuid-Holland telt de meeste koren.

Regionale verschillen zijn duidelijk: in Limburg, traditioneel sterk in koorzang, daalt het aantal koren zichtbaar door uitstervende traditionele vormen, terwijl in andere provincies nieuwe projectkoren floreren. Koorbesturen zoeken verschillende overlevingsstrategieën — repertoirevernieuwing, flexibele repetities en projectvormen — om leden te verjongen en bestaanskracht te behouden.