Het kabinet moet veel meer doen om huizen van arme mensen te verduurzamen, zegt SER-voorzitter Kim Putters
In dit artikel:
De Sociaal-Economische Raad (SER) waarschuwt dat de energietransitie in Nederland ongelijk verloopt: lage en middeninkomens blijven achter en voelen de huidige hoge energie- en brandstofprijzen het hardst. Voor wie in een tochtig, slecht geïsoleerd huis woont of met een laag inkomen rondkomt — denk aan alleenstaande ouders of mensen met oudere dieselauto’s — betekent de prijsstijging directe pijn. Tegelijkertijd profiteren vermogendere huishoudens met zonnepanelen en warmtepompen al van goedkopere, elektrische energie.
Op eigen initiatief publiceerde de SER op 25 maart een advies aan het kabinet met concrete voorstellen om die kloof te dichten. Belangrijke punten zijn:
- Maak het subsidie- en ondersteuningsaanbod veel eenvoudiger en toegankelijker; de huidige ‘jungle’ van regelingen schrikt mensen af.
- Reserveer financiële middelen voor woningverduurzaming na 2030 — nu is daarvoor weinig geregeld.
- Voer nieuwe normering in voor woningisolatie en energiegebruik, maar gekoppeld aan ‘natuurlijke momenten’ zoals renovatie of verbouwing (bijvoorbeeld: breng een woning van energielabel C naar B tijdens een renovatie, via isolatie of zonnepanelen).
- Leg de verantwoordelijkheid voor verduurzaming van huurwoningen primair bij verhuurders.
- Zorg voor uitzonderingsmogelijkheden voor huishoudens die echt niet kunnen investeren.
De SER pleit ook voor schaalvergroting van hulp op lokaal niveau: overal ‘energiehuizen’ of energieloketten waar bewoners persoonlijk en betrouwbaar advies krijgen. Die fysieke locaties moeten mensen helpen uitzoeken wat in hun situatie het meest oplevert, welke subsidies beschikbaar zijn en hoe oplichting door commerciële verkopers voorkomen kan worden. Volgens voorzitter Kim Putters is een menselijke, laagdrempelige aanpak cruciaal omdat veel mensen verduurzaming vooral als ‘gedoe’ ervaren en niet weten waar te beginnen.
Een ander thema is draagvlak: de transitie slaagt alleen als brede lagen van de bevolking meedoen. Putters wijst erop dat veel Nederlanders de energiewijzigingen steunen, maar dat hun motivatie vaak economisch is — lagere rekeningen en minder afhankelijkheid van buitenlandse energie — niet per se ideologisch. Daarom moet beleid praktisch en voorspelbaar zijn; beleidswisselingen ondermijnen vertrouwen. Als voorbeeld noemt de SER het heen en weer geschuif rond de verplichting voor hybride warmtepompen: aangekondigd onder kabinet-Rutte IV, ingetrokken door kabinet-Schoof en nu opnieuw gepland door minister Jetten, maar pas vanaf 2029.
Kort gezegd: de SER roept op tot eerlijkere, beter toegankelijke en consistent uitgevoerde maatregelen, gecombineerd met lokale, mensgerichte ondersteuning, zodat ook lagere en middeninkomens kunnen profiteren van lagere energierekeningen en Nederland zijn klimaatdoelen kan halen.