Het kabinet moet antisemitisme bestrijden, vindt de hele Kamer. Maar wat de oorzaak is?
In dit artikel:
Twee recente aanslagen op Joodse gebouwen — eerst een synagoge in Rotterdam, daarna een school in Amsterdam — hebben de Tweede Kamer deze week in rep en roer gezet. Dinsdagmiddag sprak minister David van Weel (Justitie, VVD) over de diepgewortelde aard van antisemitisme en erkende dat het probleem niet van de ene op de andere dag is opgelost. Kamerleden en Joodse organisaties melden dat Joodse Nederlanders zich al langere tijd onveilig voelen: men leeft 'achter dikke muren', durft geen keppeltje te dragen en kinderen worden op weg naar school beledigd.
In het Kamerdebat werden verschillende oorzaken en aanpakken genoemd. VVD’er Ulysse Ellian wees op onveilige werksituaties voor Joodse docenten en geannuleerde voorstellingen; Volt-leider Laurens Dassen noemde het een breed maatschappelijk probleem; D66’er Mpanzu Bamenga wees op radicaal online-haat als voedingsbodem. Joodse organisaties benadrukten ook problemen rond onderwijs, zoals het soms niet meer veilig kunnen organiseren van Holocaustles of excursies naar plekken als Westerbork.
Politieke reacties liepen uiteen: BBB-Kamerlid Caroline van der Plas riep op tot strengere normen en optreden, terwijl extreemrechtse partijen migratie en islam als oorzaak noemen en Geert Wilders het kabinet bekritiseert. Van Weel stelde dat antisemitisme niet tot één groep te herleiden is en beloofde zich vol in te zetten voor de bescherming van Joods leven in Nederland, ook al kan hij geen snelle oplossing garanderen.