Het kabinet-Jetten belooft 'grote doorbraken' in een klimaat van politieke onzekerheid

maandag, 23 februari 2026 (09:20) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Maandagochtend wordt het kabinet van D66-leider Rob Jetten beëdigd, waarna de coalitie van D66, VVD en CDA officieel aan de slag kan met ambitieuze beloften om Nederland uit politieke stilstand te halen. De regering wil snelheid en resultaten tonen: grote doorbraken op stikstof, woningbouw en defensie moeten bewijzen dat “het kan wél”, maar die plannen staan onder lastige politieke omstandigheden: geen meerderheid in zowel Eerste als Tweede Kamer.

Kernambities en middelen
Het coalitieakkoord zet zwaar in: het oplossen van het stikstofdossier, flink optrekken van de woningbouw en jaarlijks 19 miljard euro extra vrijmaken voor defensie. Die defensie-opslag moet grotendeels worden betaald door in te teren op zorg en sociale zekerheid. Concreet vraagt het kabinet aanzienlijke bezuinigingen: circa 10 miljard op de zorg en 6 miljard op sociale uitkeringen.

Nieuwe bewindslieden en hun opgaven
Twee nieuwkomers in het landelijke bestuur krijgen veel verantwoordelijkheid. Elanor Boekholt-O’Sullivan (minister van Volkshuisvesting, D66), voormalig topmilitair, moet de bouw van nieuwe steden of in elk geval nieuwe wijken op gang brengen. Zij krijgt 1 miljard euro per jaar tot 2035 om betaalbare huizen te stimuleren — marktpartijen en corporaties noemen dat bedrag echter onvoldoende en betitelen de ambities als te mager. Haar succes hangt mede af van collega-ministers: technische knelpunten zoals een overbelast stroomnet (waarvoor staatssecretaris Jo-Annes de Bat, CDA, mede verantwoordelijk is) vertragen de bouw.

Jaimi van Essen (minister van Landbouw, D66), 34 jaar en afkomstig uit Deventer, krijgt de moeilijke taak het stikstofslot te doorbreken door uitstoot in de landbouw aan te pakken. Ze kan rekenen op verzet vanuit delen van de agrarische sector, maar er bestaat ook breed besef dat het dossier al jaren vastzit; de lobbyorganisatie LTO roept inmiddels om doorbraken. Financieel heeft het kabinet een groot stikstoffonds van circa 20 miljard euro tot haar beschikking voor maatregelen als uitkoopregelingen.

Bezuinigingen en politieke weerstanden
De beoogde kortingen in zorg en sociale zekerheid roepen brede kritiek op. Ongeveer 5 miljard aan maatregelen is snel binnengehaald door eerder geplande tegemoetkomingen (zoals een voorgenomen halvering van het eigen risico) te schrappen, maar de resterende ongeveer 11 miljard is politiek lastig te realiseren. Voorgestelde ingrepen variëren van het verhogen van het eigen risico en het verkleinen van het basispakket tot snijden in langdurige zorg, versnelling van de AOW-leeftijd en versoberingen van bijstands- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Partijen van links tot rechts, evenals vakbonden en zorgbelangen, waarschuwen tegen de sociale gevolgen; het Centraal Planbureau berekende effecten die veel oppositiepartijen hard bekritiseren.

Interne spanningen en balanszoektocht
Financiële tekorten kunnen coalitie-interna op scherp zetten: de VVD profileert zich als winnaar van de formatie en pleit voor spaarzaamheid en behoud van fiscale privileges, terwijl D66 en CDA eerder geneigd lijken een hoger begrotingstekort of belastingverhogingen te accepteren. Die verschilpunten maken dat het kabinet voortdurend moet laveren tussen coalitieafspraken, wederzijdse concessies en steun zoeken buiten de formatie, bijvoorbeeld bij vakbonden of andere partijen.

Publiek vertrouwen en politieke realiteit
Peilingen laten zien dat het vertrouwen in kabinet-Jetten comparable is met eerdere kabinetten: rond 30 procent van de kiezers heeft veel vertrouwen, ruim 60 procent weinig of geen vertrouwen. Het draagvlak is vooral geconcentreerd bij hoogopgeleiden en hogere inkomens; lagere inkomens scoren beduidend minder vertrouwen. Daarmee is de verwachting dat veel kiezers teleurgesteld kunnen raken al van meet af aan ingebakken.

Op korte termijn begint het kabinet aan een delicate uitvoeringstocht: veel grote doelen zijn geformuleerd, maar de combinatie van scherpe bezuinigingsopgaven, politieke tegenstand en het ontbreken van Kamermajoriteiten maakt dat succes afhangt van compromissen, coalitiemanagement en het vermogen om draagvlak buiten de eigen gelederen te vinden.