Het kabinet is vooral begaan met het leed van de verhuurders

dinsdag, 28 april 2026 (07:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Minister Boekholt-O’Sullivan staat onder vuur omdat haar voorgenomen wijziging van de huurregulering volgens critici neerkomt op toegeven aan de belangen van commerciële verhuurders. Het plan, dat nog door de Kamer moet, vergroot het gewicht van de WOZ-waarde bij het bepalen van de huur en zou de huren van bestaande particuliere huurwoningen kunnen opdrijven. De minister stelde dat het een keuze is tussen “geen beschikbare woningen of de huren omhoog”, een formulering die de auteur onterecht vindt omdat het om bestaande woningen gaat die niet verdwijnen bij uitblijven van huurverhogingen.

Feiten die in de discussie worden aangevoerd: vorig jaar werden ongeveer 42.000 particuliere huurwoningen verkocht tegenover circa 1,2 miljoen particuliere verhuurde woningen — een verkoopgolf die inmiddels sterk is afgenomen en volgens de auteur niet representatief is voor een structurele uitverkoop. De kritiek richt zich ook op de WOZ-methodiek: de waarde wordt grotendeels bepaald door recente verkoopprijzen in de buurt, waardoor enkele dure transacties de WOZ en daarmee de huren van alle omliggende woningen kunnen opdrijven. Hierdoor kunnen bepaalde wijken nog meer ontoegankelijk worden voor lagere inkomens.

Daarnaast overweegt de minister de opkoopbescherming te versoepelen of af te schaffen, een instrument dat gemeenten gebruiken om woningen voor bewoners te houden en belegging door investeerders tegen te gaan. Tijdens een Kamerdebat bleek bovendien dat de minister niet precies wist waar de “middenhuur” ophoudt; dat segment gaat tot €1.228 kale huur en kan door de voorgestelde regels met meer dan honderd euro stijgen, aldus de auteur.

De schrijver betoogt dat het vertrouwen op marktpartijen illusoir is: commerciële verhuurders streven naar rendement en hebben geen prikkel om betaalbaarheid of schaarste op te lossen. Een wél valide punt van verhuurders is de recente belastingheffing op ongerealiseerde waardestijgingen van woningen; die maatregel is tijdelijk en mogelijk onderwerp voor aanpassing. De voorgestelde koers zou volgens de auteur moeten verschuiven: meer ruimte voor woningcorporaties (die geen winstdoel hebben), afbouw van hypotheekrenteaftrek en een nadruk op betaalbare volkshuisvesting in plaats van primair beleid dat beleggers ontziet of zich richt op meer bouw.