Het jaar 2025 haalt de broeikastheorie onderuit

donderdag, 8 januari 2026 (07:02) - Indepen

In dit artikel:

De afgelopen drie jaren horen bij de warmste sinds het begin van de waarnemingen rond 1850, maar volgens Marcel Crok biedt het standaard broeikasscenario geen volledige verklaring voor de uitzonderlijke temperatuurpatronen van 2023–2025. Hoewel 2025 niet het warmste jaar ooit werd, staat het samen met 2023 in de top drie; 2024 blijft het warmst en was volgens satellietgegevens (reeks vanaf 1979) het eerste jaar boven de 1,5 °C-grens ten opzichte van pre-industrieel.

Internationaal worden die pieken door organisaties als Copernicus rechtstreeks gekoppeld aan menselijke uitstoot van broeikasgassen en gebruikt als aanmoediging voor snelle beleidsmaatregelen. Tegelijkertijd geven klimaatwetenschappers toe dat de grootte en timing van de opwarming onvolledig verklaard zijn: Gavin Schmidt (NASA) wees al op onverwachte extra opwarming in 2023 en platforms als Carbon Brief inventariseren mogelijke oorzaken, maar laten een onverklaarde restwarmte over.

Vinós’ analyse en Hunga Tonga: uitzonderlijke gebeurtenis als sleutel
Een belangrijk tegenvoorstel komt van Javier Vinós, die duizenden studies bestudeerde en in zijn boek pleit voor meer aandacht voor energietransport (met name van de tropen richting de pool) in plaats van louter radiatieve broeikaseffecten. Vinós wijst op één uitzonderlijke gebeurtenis die de periode plausibel kan hebben verstoord: de enorme onderzeese uitbarsting van vulkaan Hunga Tonga op 15 januari 2022. Die eruptie injecteerde ongekend veel waterdamp in de stratosfeer (20–80 km hoogte), en die extra waterdamp bleef langere tijd aanwezig — iets dat verschilt van klassieke vulkaanuitbarstingen die vooral aerosolen produceren en doorgaans voor afkoeling zorgen.

Mainstream klimaatmodellen schatten het directe opwarmingseffect van die stratosferische waterinjectie klein (ongeveer 0,05 °C) en concluderen dat Hunga Tonga de recente anomalieën niet kan verklaren. Vinós en Crok betwisten dat: zij zien een keten van dynamische effecten die verder reiken dan enkel de directe stralingsforcering en die door de modellen onvoldoende worden vastgelegd.

Gecombineerde anomalieën in 2023–2025
Vinós somt meerdere samenhangende abnormale verschijnselen op in 2023–2025: sterke opwarming van de oceanen, historisch weinig zee-ijs rond Antarctica, extreme droogte in de Amazone, een uitzonderlijk rustige Noord-Atlantische orkaanseizoen, wijdverspreide hittegolven en een recordlage globale wolkenbedekking (laagste niveau sinds 1940). Met name de afname van lage bewolking in de tropen zou de zonnestraling die de oceanen binnendringt sterk hebben vergroot, waardoor de oceanen snel opwarmden — startend in de Zuidelijke Oceaan en daarna uitgewaaierd naar grotere delen van de Grote Oceaan.

Belangrijk is dat de oceaantemperaturen in 2025 weer verkoelden, terug naar niveaus van vóór Hunga Tonga, wat suggereert dat de extreme opwarming tijdelijk was en dat modellen moeite hebben met de snelle omslag. Dat is problematisch omdat de modellen juist verwachten dat gecombineerde factoren als stijgend CO2 en afgenomen aerosolen in 2024–2025 tot verdere opwarming zouden leiden.

Conclusie en implicaties
Crok en Vinós concluderen dat de gebeurtenissen 2022–2025 de beperkingen van een puur broeikasscenario blootleggen: dynamische processen, veranderingen in atmosferische circulatie en wolkenfeedbacks kunnen een veel grotere rol spelen dan in veel modellen wordt meegenomen. Zij pleiten voor meer onderzoek naar energie- en massa-transport in de atmosfeer en oceaan, en voor kritischere toetsing van modelmatige aannames.

Tegelijk worden er tegengestelde voorspellingen gedaan: James Hansen voorziet verdere opwarming en verwacht dat 2026 mogelijk nog boven het recordjaar 2024 uitkomt, terwijl Vinós zelf een lichte daling voorspelt en publiek een weddenschap aangaat over de uitkomst. Crok besluit dat het recente verleden toont dat het klimaat onverwachte wendingen kan nemen en dat het begrip van zulke uitzonderlijke gebeurtenissen cruciaal is om toekomstige veranderingen beter te voorspellen.