Het Israëlische geweld in Gaza, Libanon en op de Westoever is hartverscheurend en gekmakend. En toch maakt dat van Hamas geen helden
In dit artikel:
Vorige week veroorzaakte een Volkskrant-column van Jolande Withuis heftige reacties door beschrijvingen van seksueel geweld gepleegd door leden van Hamas tijdens de aanval van 7 oktober. Die beelden en verhalen voedden bij Withuis de conclusie dat Hamas vrouwenhaat belichaamt; direct daarop vulde de krantspagina zich met boze lezers die haar vooringenomenheid verweten, haar emotionele toon bekritiseerden en haar van onwil tot medeleven met Palestijnen beschuldigden.
De discussie laat zien dat de publieke houding tegenover Hamas is verschoven. Waar het jarenlang vanzelfsprekend was om de beweging terroristisch of vrouwonvriendelijk te noemen, wordt die opvatting nu in sommige kringen betwist en zelfs als legitiem verzet bestempeld. Terugwijzend naar het oprichtingshandvest uit 1988 en de gewijzigde versie uit 2017, merkt de columnist op dat diplomatieke nuance niet verhult dat 7 oktober geen teken van gematigdheid was.
Er zijn ook persoonlijke risico’s voor kritische stemmen: schrijvers worden vernederd, sommige commentatoren hebben politiebescherming nodig. Dat moedigt zelfcensuur aan, iets wat volgens de auteur haaks staat op vrije journalistiek. Tegelijkertijd benadrukt ze dat het mogelijk en noodzakelijk is om zowel de wandaden van Hamas als de excessen van de Israëlische regering — bijvoorbeeld geweld in Palestijnse detentiecentra en de humanitaire ellende in Gaza en de Westelijke Jordaanoever — te benoemen zonder te hoeven kiezen.
De kernboodschap is ondubbelzinnig: ernstig geweld tegen burgers blijft onacceptabel, ook wanneer het als ‘verzet’ wordt gepresenteerd. De columnist sluit af met een pleidooi tegen wraaklogica; in plaats van haat met haat te beantwoorden zou de inzet moeten zijn geweldloosheid en het vermijden van verdere escalatie.