'Het is geen alternatief, het is een auto voor erbij': waarom Amsterdam worstelt met de aanwezigheid van 5000 brommobielen zoals de Birò
In dit artikel:
Amsterdam telt inmiddels zo’n 5000 brommobielen, maar de opmars van die mini-auto’s is even stilgevallen nu de gemeente de regels heeft aangescherpt. In buurten als de Prinses Irenebuurt en rond de Minervalaan vallen Birò’s, Opel Rocks-e’s en Topolino’s steeds sterker op in het straatbeeld, doordat ze weinig ruimte innemen en vaak in rijen naast elkaar staan geparkeerd.
De voertuigen werden in Amsterdam aanvankelijk omarmd als slimme oplossing voor een stad met schaarse ruimte. Birò-bedenker Pieter Vermeer zegt dat juist een compact voertuig past bij een overvolle stad. Toch groeide ook de irritatie: brommobielen mochten vroeger overal rijden en parkeren, maar leverden steeds meer gedoe op voor andere weggebruikers. Volgens schrijver Erwin Wijman ontstaat dat vooral door onduidelijke regels en het gevoel dat de mini-auto status uitstraalt in plaats van echt mobiliteitsverlies op te lossen.
De gemeente heeft daarom de teugels aangetrokken. Een proef met een stadsbrede, gereduceerde parkeervergunning is niet doorgezet; nieuwe kopers krijgen voorlopig alleen nog een vergunning voor hun eigen buurt. Ook zijn brommobielen niet langer welkom op de ponten over het IJ, omdat daar te veel drukte ontstond. Dat zorgt voor onzekerheid bij gebruikers én verkopers, terwijl de gemeente na de zomer beslist over nieuw beleid.
De kern van het debat is of de brommobiel een alternatief is voor de gewone auto of juist een extra voertuig erbij. Vermeer ziet het als een handig, elektrisch stedelijk vervoermiddel voor wie niet wil of kan fietsen, terwijl Wijman stelt dat het vooral een luxe aanvulling is voor mensen die zich al een tweede auto kunnen permitteren.
De Oranjezomer: Tom Coronel: 'Ik zie nu de Max Verstappen naar boven komen die ik altijd wil zien!'