Het is de zon, sukkel!

dinsdag, 31 maart 2026 (08:19) - Indepen

In dit artikel:

Afgelopen week publiceerde de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) haar jaarlijkse State of the Global Climate, met luidruchtige koppen in de media over een planeet “meer uit balans dan ooit”. Marcel Crok reageert kritisch: hij erkent dat de WMO belangrijke nieuwe metingen samenvat, maar betoogt dat diezelfde gegevens juist de aandacht naar de zon en de oceanen verschuiven — factoren die in de WMO‑analyse te weinig gewicht krijgen.

Wat is er precies gemeten? De WMO brengt voor het eerst expliciet de stralingsbalans (Earth Energy Imbalance, EEI) in beeld, gebaseerd op twee grote meetprogramma’s: het Argo‑netwerk van zo’n 4.000 meetboeien die de oceaantemperatuur monitoren en NASA’s CERES‑satellieten die inkomende en uitgaande straling registreren. Volgens de WMO houdt de aarde momenteel meer warmte vast dan in de afgelopen 65 jaar en neemt die ophoping toe. De organisatie koppelt die toegenomen opslag van warmte vooral aan de ophoping van broeikasgassen in de atmosfeer.

Crok wijst erop dat dezelfde data ook een belangrijke alternatieve verklaring ondersteunen: in de afgelopen twee decennia lijkt de aarde meer zonlicht te absorberen. Albedo — het aandeel van zonlicht dat wordt weerkaatst door wolken, sneeuw en ijs — is mogelijk gedaald, waardoor vooral de oceanen meer zonnestraling opnemen. Zonlicht dringt diep in zeewater door en kan daardoor langdurig oceaanopwarming veroorzaken; infrarode terugstraling vanuit de atmosfeer dringt de zee slechts millimeters binnen. Daardoor speelt volgens Crok de zon‑oceanen‑dynamiek een grotere rol bij recente warmteopslag dan in veel WMO‑interpretaties naar voren komt.

Een paar punten die Crok benadrukt:
- Oceanen bevatten ruim 90% van de extra energie in het klimaatsysteem, waardoor oceaanmetingen cruciaal zijn voor begrip van opwarming.
- Argo en CERES laten zien dat meer zonlicht in de oceaan blijft hangen; waarom dat gebeurt is onduidelijk — mogelijke oorzaken zijn minder wolken of verminderde luchtverontreiniging, en incidentele gebeurtenissen zoals de Hunga Tonga‑uitbarsting die de laatste jaren invloed kan hebben gehad.
- Thermodynamisch stroomt warmte van warm naar koud: opgewarmde oceaanwateren geven warmte aan de lucht, waarna die via windsysteem ook land opwarmt. In dit scenario blijft de rol van CO2 boven zee relatief beperkt, stelt Crok, en broeikasgassen zouden vooral een marginale invloed uitoefenen op de warmtestroom van oceaan naar atmosfeer.

Crok noemt ook methodologische bezwaren. Hij verwijst naar recent onderzoek dat de onzekerheden op de schatting van de stralingsbalans hoger inschat — mogelijk een factor tien groter dan waarover de klimaatgemeenschap doorgaans rapporteert — en dat CERES‑metingen deels worden aangepast aan Argo‑gegevens, waardoor ze niet volledig onafhankelijk zijn. Daardoor vindt hij uitspraken als “nooit eerder” of “versnelling” voorbarig en te zeker geformuleerd gegeven de meetonzekerheden.

Verder hekelt hij de alarmistische toon van VN‑functionarissen en sommige media. De WMO en VN spreken van een klimaatnoodtoestand en benadrukken toegenomen extremen en enorme schade in 2025; Crok nuanceert dat slachtoffers door extreem weer al decennia dalen en dat economische schade in 2025 relatief laag lag (als percentage van wereld‑GDP), met zelfs winst voor grote herverzekeraars zoals Munich Re. Ook noemt hij opmerkelijk de opmerking van een KNMI‑wetenschapper dat “constante temperatuur het beste is”, en stelt dat mensen wereldwijd goed gedijen bij grote gemiddelde temperatuursverschillen, waardoor kleine opwarmingen niet per definitie catastrofaal hoeven te zijn.

Kort samengevat: de WMO‑rapportage bevat waardevolle nieuwe observaties over energieopslag in het klimaatsysteem, maar volgens Crok rechtvaardigen die gegevens geen al te zekere conclusies over oorzaken of dramatische beleidssignalering. De waargenomen toename van in de oceaan opgenomen zonnestraling opent belangrijke wetenschappelijke vragen (minder wolken, minder aerosolen, vulkaaninvloeden) die eerst beter onderzocht moeten worden voordat men broeikasemissies als enige verklaring op pedestal plaatst.