Het gaat steeds beter met Polen, en dat merkt de EU
In dit artikel:
Tijdens de Europese Raad van 15 en 16 oktober 2026 stond ook de nieuwe meerjarenbegroting van de EU op de agenda. Nederland behoort tot de zuinige lidstaten, terwijl de Visegradlanden – Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije – juist willen voorkomen dat landbouw- en regiogelden worden gekort. Volgens Auke Zijlstra laat de discussie vooral zien dat Polen niet langer alleen een grote ontvanger van Europees geld is, maar uitgroeit tot een invloedrijke economische en politieke speler.
Sinds de val van het communisme in 1989 heeft Polen een ingrijpende economische transitie doorgemaakt. De economische hervormingen onder minister van Financiën Leszek Balcerowicz veroorzaakten aanvankelijk forse werkloosheid, maar waren gericht op faillissementen van staatsbedrijven, monetaire stabiliteit, buitenlandse investeringen en een vrije markt. Die basis, gecombineerd met toetreding tot de EU in 2004, toegang tot de interne markt en omvangrijke Europese fondsen, heeft de groei sterk gestimuleerd. De productie ligt inmiddels ruim 3,3 keer hoger dan begin jaren negentig. Het bbp per hoofd steeg van circa 1.700 dollar in 1990 naar bijna 28.500 dollar in 2025. Polen groeide lange tijd gemiddeld 3,5 tot 3,8 procent per jaar en kende sinds 1992 nauwelijks zware recessies.
De EU-toetreding had ook nadelen. Door het vrije verkeer vertrokken op het hoogtepunt naar schatting 2 tot 2,5 miljoen Polen naar landen als het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Nederland en Scandinavië. Dat veroorzaakte een tijdelijke braindrain en demografische druk. Nu de lonen stijgen en de werkloosheid historisch laag is, keren steeds meer emigranten terug. In 2024 woonden nog ongeveer 1,5 miljoen Polen in het buitenland en verhuisden voor het eerst in decennia meer mensen van Duitsland naar Polen dan andersom.
Tegelijkertijd is Polen zelf een immigratieland geworden. Ruim 1,15 miljoen buitenlandse werknemers zijn actief op de Poolse arbeidsmarkt, onder wie ongeveer 780.000 tot 900.000 Oekraïners. Ook werknemers uit Belarus, India en Colombia zijn aanwezig. Zij vullen tekorten op, maar de afhankelijkheid van buitenlandse arbeid brengt volgens Zijlstra risico’s mee voor opleiding, arbeidsorganisatie en productiviteitsgroei. De bevolking is sinds 1989 ongeveer even groot gebleven, maar dat maskeert een laag geboortecijfer en de instroom van migranten.
Polen gebruikt nog altijd de zloty en heeft weinig haast met toetreding tot de euro. De eigen munt maakt het mogelijk de rente aan de Poolse economie aan te passen en heeft volgens de auteur geholpen om externe schokken op te vangen. De Poolse groei ligt structureel boven het eurozonegemiddelde, terwijl één ECB-rentebeleid moeilijk past bij zulke uiteenlopende economieën. Wel kampt Polen met vergrijzing, politieke polarisatie en achterstanden op het gebied van energiebeleid; plannen voor kernenergie bestaan al sinds 2005, maar de uitvoering komt pas recent op gang.
Zijlstra concludeert dat markthervormingen, handel, buitenlandse investeringen en het behoud van nationale beleidsruimte Polen tot een economisch succesverhaal hebben gemaakt. Als de groei doorzet, kan het land bij toekomstige EU-begrotingen naast een grote economische ook een grotere financiële bijdrage leveren. De opmars van Polen zal daarmee de machtsverhoudingen binnen de EU veranderen, vooral tegenover Frankrijk en Duitsland.
Vandaag Inside: Raymond Mens legt glashelder uit: zó werken de Amerikaanse midterm-verkiezingen