Het gaat niet in de koude kleren zitten om na ruim 70 jaar terug te zijn in het Maagdenhuis, destijds een weeshuis: 'Het was een gróte ramp'
In dit artikel:
Het Maagdenhuis aan het Spui — nu bestuurlijk centrum van de Universiteit van Amsterdam — opende deze week zijn deuren voor dertien voormalige weesmeisjes die er tussen de Tweede Wereldoorlog en het sluiten als weeshuis in 1953 zijn opgegroeid. Voor het merendeel van hen (tachtigers en negentigers) was het na ruim 73 jaar een eerste terugkeer naar de plek die hun jeugd heeft gevormd.
Het 1780 gebouw fungeerde tot 1953 als katholiek weeshuis; daarna huisvestte het eerst een bank en vanaf 1962 de UvA-administratie. Als kinderen mochten zij destijds niet via de statige hoofdingang naar binnen maar alleen via een zij-ingang — een contrast dat nu, bij binnenkomst over de centrale hal, extra betekenis kreeg. Velen werden als halfwezen geplaatst omdat hun ouders het na de oorlog niet konden bolwerken; ze keerden in het weekend soms naar huis terug.
De terugkeer leverde herinneringen op aan strikte zusters, koude donkere gangen en straffen die nog steeds nazinderen: van vernederende strafpraktijken tot opgesloten worden en zichtbare angst bij kleine kinderen. Een enkeling vertelt hoe ze zich eens in een dakgoot verborg en door de brandweer van het gebouw werd gehaald. Toch benadrukken de vrouwen dat ze geen levenslange wrok koesteren; ze spreken vooral over doorzettingsvermogen en vormende ervaringen.
Tijdens de rondleiding bekeken ze foto’s in de Regentessenkamer, liepen langs de pastorie en de voormalige eetzaal — nu een kantine — en stonden stil bij kamers die nu kantoren zijn. Het weerzien ontroerde: kleine details, traplopen en de indeling van ruimtes brachten oude herinneringen terug.
Robbert Dijkgraaf sprak de groep toe en plaatste hen in een bredere historische lijn van het gebouw: hoewel het Maagdenhuis meerdere bezettingen kent, zijn deze vrouwen de oorspronkelijke bewoners — en volgens hem “de vriendelijkste bezetters die hier hebben verbleven.” De bijeenkomst maakte van levende geschiedenis tastbare herinnering en gaf de oud-bewoners de mogelijkheid hun jeugdplek, met al haar moeilijkheden en betekenis, nog eens samen te zien.