Het gaat beter met de Drentse vennen maar blijven kwetsbaar door stikstof, fosfaat en ganzenpoep

dinsdag, 19 mei 2026 (09:42) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Onderzoekers en de provincie Drenthe melden dat de kleine vennen op hogere veen- en zandgronden zich sinds 1980 herstel tonen, maar dat dat herstel broos blijft. In een recente beoordeling van achttien vennen binnen Drentse Natura 2000-gebieden (publicatie zomer 2025) — negen in het Dwingelderveld, vier in het Drents-Friese Wold en vijf elders — blijkt dat verzuring grotendeels is teruggedrongen en dat kiezelwieren en sieralgen toenemen. Een concreet succes is de zeldzame gele beenbreek: die komt nu in zes vennetjes voor in plaats van twee, wat wijst op meer mineraalrijk grondwater op sommige locaties.

Toch waarschuwen de onderzoekers: alle onderzochte vennen bevatten meer stikstof en fosfaat dan natuurlijk is. De voedingsstoffen komen zowel uit de lucht/omgeving als uit opslag in de bodem; bij opwarming kunnen ze vrijkomen en eutrofiëring veroorzaken, met algengroei en zuurstof- en lichttekort tot gevolg. Sommige soorten gingen achteruit: drijvende waterweegbree is bijna verdwenen en snavelzegge is sterk afgenomen. De zuurgraad is in de meeste vennen verder gedaald, maar bij twee zandvennen in een rustgebied stegen N- en P-concentraties sterk door mest van groeiende groepen overwinterende ganzen.

De provincie geeft ook aan dat bij gebieden zoals het Dwingelderveld extern salderen (compensatie elders) onvoldoende is om natuurvergunningen te verantwoorden. Al met al is de trend positief vergeleken met eerdere metingen (eerste opname 1991–1993, vorige 2011–2013), maar de vennen blijven kwetsbaar voor nutriëntenbelasting, klimaatverandering en verstoringen door vogels.