Het Estse leger zit in zijn maag met Russischtalige rekruten
In dit artikel:
7 januari 2026 — Tallinn: Op een koude maandagochtend rijden legertrucks met jonge dienstplichtigen uit het zuiden van de Estse hoofdstad richting een oefenterrein. Onder hen bevinden zich ook Russischtalige jongeren, de zogeheten venelased, wier positie recent onderwerp van politiek debat is geworden. De Riigikogu wijzigde de wet op de militaire dienstplicht: jongemannen moeten uiterlijk op hun 28e minimaal Ests op niveau B1 beheersen. Initiatiefnemers en minister van Defensie Pevkur stellen dat gebrekkig Ests — vooral bij jongeren die de middelbare school niet afmaakten — al tot praktische problemen en klachten van officieren leidt tijdens veldtrainingen.
Tegelijk maakte het parlement bekend dat het leger niet langer zelf taallessen zal aanbieden, deels om kosten te besparen. De Centrumpartij onder Mikhail Kõlvart bekritiseert de maatregel en waarschuwt dat uitsluiting van Russischtaligen juist de nationale eenheid kan ondermijnen, zeker nu de oorlog in Oekraïne spanningen vergroot. Lokale media wijzen erop dat Estland relatief laat is overgestapt op onderwijs in het Ests op de ongeveer zeventig Russische scholen, wat de taalachterstand vergroot.
Wie op 28-jarige leeftijd nog geen B1 haalt, wordt overgeplaatst naar de reservisten. Of daarmee het taalprobleem simpelweg wordt doorgeschoven naar de reservetroepen, kon een legerwoordvoerder niet bevestigen. De politieke en maatschappelijke discussie draait nu om integratie, militaire effectiviteit en de vraag hoe een meertalige samenleving in tijden van geopolitieke onrust het beste kan worden ingezet.