Het eerste vrouwelijke hoofd van de Anglicaanse Kerk staat voor grote uitdagingen
In dit artikel:
Sarah Mullally (63) neemt vandaag in de kathedraal van Canterbury plaats op de zetel van de Heilige Augustinus en wordt daarmee officieel aartsbisschop van Canterbury — de eerste vrouw ooit in dat ambt binnen de Church of England. De ceremonie markeert het einde van een ongebruikelijke loopbaan: Mullally begon als verpleegkundige en werkte zich op tot hoofdverpleegkundige binnen de NHS, voordat ze in 2004 priester werd. Ze ziet de zorg voor mensen als de verbindende kern van zowel verpleging als het priesterambt.
Mullally profileert zich als theologisch liberaal en als zelfverklaarde feminist. Ze steunt voorzichtige opties voor abortus en pleitte voor zegening van homohuwelijken in de kerk, maar verzette zich scherp tegen de Britse euthanasiewet die vorig jaar werd aangenomen. Binnen de kerk maakte zij naam als een voortrekker: vrouwen werden al vanaf 1992 tot het priesterschap toegelaten en vanaf 2014 ook tot bisschop, en Mullally behoorde tot de eerste lichting vrouwelijke bisschoppen.
Haar benoeming komt in een moeilijke fase voor de Anglicaanse Kerk. De kerk worstelt met het herstel van vertrouwen na meerdere kindermisbruikschandalen. Mullallys voorganger, Justin Welby, trad vorig jaar af nadat een onderzoek hem kritisch bejegende in de afhandeling van die zaken. Mullally is open en uitgesproken geweest over de noodzaak van ingrijpende hervormingen en meer transparantie, en die houding heeft vermoedelijk bijgedragen aan haar keuze als nieuwe aartsbisschop.
Als aartsbisschop is ze niet alleen ceremonieel hoofd van de Church of England, maar ook moreel gezicht van de wereldwijde anglicaanse gemeenschap van ongeveer 85 miljoen gelovigen. Die wereldwijde gemeenschap is diep verdeeld: progressieve stromen in Engeland contrasteren met conservatieve kerken in met name Afrika en delen van Noord-Amerika. Haar benoeming stuitte op verzet van groepen als de Global Fellowship of Confessing Anglicans, die vrezen dat de Kerk van Engeland haar gezag misbruikt, terwijl andere Afrikaanse leiders — zoals de aartsbisschop van Kaapstad — haar aanstelling juist als positief beoordeelden.
De komende periode zal vooral in het teken staan van twee grote taken: het herstellen van het vertrouwen van slachtoffers en gelovigen na de misbruikschandalen, en het bijeendrijven van een diep verdeelde anglicaanse gemeenschap. Mullally krijgt daarmee de uitdaging om zowel interne hervormingen door te voeren als de internationale eenheid van de Anglican Communion te bewaren.