Het coronaregime moet eindelijk getuigen: Rutte, De Jonge en Van Dissel onder ede verhoord door enquêtecommissie
In dit artikel:
Volgende week vrijdag begint de parlementaire enquête naar het coronabeleid met openbare, live uitgezonden verhoren. Voorzitter Daan de Kort maakte de eerste getuigenlijst bekend: in totaal staan 47 personen gepland voor 51 zittingen. De start wordt gemaakt met viroloog Marion Koopmans en oud-minister Bruno Bruins, maar de aandacht van het artikel ligt vooral bij topfiguren uit de crisisperiode die meerdere keren moeten verschijnen, zoals oud‑premier Mark Rutte, voormalig coronaminister Hugo de Jonge, OMT‑leider Jaap van Dissel en ex‑minister Ferd Grapperhaus. Ook namen als Mona Keijzer en Maurice de Hond worden genoemd.
De commissie wil volgens De Kort onderzoeken hoe de balans tussen volksgezondheid en grondrechten is bewaakt en welke rol de Tweede Kamer zelf speelde tijdens de crisis. De procedure wordt door de voorzitter gepresenteerd als de zwaarste controlemethode die de Kamer tot haar beschikking heeft, vergelijkbaar met eerdere grote enquêtes (toeslagen, gaswinning). Getuigen zijn juridisch verplicht onder ede te verschijnen; liegen kan als meineed worden aangemerkt.
Het artikel voert sterke kritiek op het gevoerde coronabeleid en noemt het ingrijpend voor economie, mentale gezondheid van jongeren en de rechtsstaat. Tegelijk uit de auteur wantrouwen over de samenstelling van de enquêtecommissie: naast De Kort (VVD) zitten er leden van Progressief Nederland (PRO), D66, CDA en anderen in de groep die het eindrapport moet schrijven. De schrijver suggereert dat die politieke samenstelling risico’s op een vriendelijke of afzwakkende eindconclusie met zich meebrengt en vreest een mogelijke doofpot.
Het eindrapport wordt niet dit jaar maar volgend jaar verwacht; de openbare verhoren die nu beginnen moeten volgens de commissie en de artikelmaker vroegtijdig belangrijke feiten boven water brengen. Het stuk is sterk partijdig van toon en roept op tot rekenschap van beleidsmakers, terwijl het ook aandacht besteedt aan de praktische en juridische kaders van een parlementaire enquête.