Het buitenlandbeleid van Trump komt neer op de zelfmoord van een supermacht

maandag, 18 mei 2026 (17:46) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

18 mei 2026 — Onder president Donald Trump vormt het buitenland- en binnenlandsbeleid van de Verenigde Staten volgens het artikel een doelbewuste zelfondermijning van wat ooit een supermacht was. In plaats van nationale belangen en institutionele continuïteit te verdedigen, werken beleid en benoemingen volgens de auteur vooral in het voordeel van een kleine, bevoorrechte elite, verzwakken ze de staat en versterken ze vijanden zoals Iran en China.

De kernbeschuldigingen:
- Oorlog tegen Iran: de VS geven miljarden uit aan een conflict dat zij dreigen te verliezen. Het beleid heeft Iraans verrijkt uranium laten bestaan, de macht van Teheran in de regio vergroot (bijvoorbeeld meer invloed rond de Straat van Hormuz) en de Verenigde Staten strategisch verzwakt. Symbolische triumfalismen moeten militaire mislukkingen verdoezelen.
- Interne institutionele erosie: de regering heeft het ambtenarenapparaat uitgehold en hoge posten in veiligheidsdiensten en Defensie met politiek getrouwde, volgens de auteur vaak ongeschikte personen ingevuld (voorbeelden genoemd zijn Tulsi Gabbard, Kash Patel en Pete Hegseth). Dit ondermijnt meritocratische selectie en operationele deskundigheid die voorheen aan Amerikaanse macht ten grondslag lagen.
- Onderwijs en wetenschap onder druk: financiering van openbaar onderwijs krimpt, universiteiten krijgen sancties bij verdediging van academische vrijheid, bibliotheken worden gecensureerd en onderzoek wordt politiek gefilterd. Wetenschappelijke methoden en klimaatwetenschap worden in twijfel getrokken, waardoor innovatie en technologische voorsprong dreigen te verdwijnen.
- Energie- en defensiebeleid misplaatst: in plaats van te investeren in schone, toekomstbestendige energie, subsidieert het beleid fossiele brandstoffen, wat de concurrentiekracht verzwakt en concurrenten zoals China bevoordeelt. Op militair vlak is er een voorkeur voor nostalgische, dure projecten (zoals voorgestelde slagschepen) die niet passen bij moderne, technologisch gedreven conflicten, zoals die tussen Rusland en Oekraïne laten zien.
- Erosie van democratische normen: pogingen tot eindeloos machtsbehoud en het ondermijnen van vertrouwen in verkiezingen zetten de vreedzame overdracht van macht onder druk. De auteur waarschuwt dat verschuivingen richting dynastieke of oligarchische vormen van bestuur het einde van de Amerikaanse republiek kunnen betekenen.
- Economische ongelijkheid en begroting: de regering creëert grote tekorten om belastingdruk voor rijken en bedrijven te verlagen, wat ten koste gaat van de fiscale draagkracht voor oorlogen en sociale voorzieningen. Voor het eerst sinds 1945 is de Amerikaanse staatsschuld groter dan het BBP, een historisch verontrustend keerpunt.

Gevolgen en analyse:
De combinatie van verwaarlozing van het nationaal belang, verzwakking van instituties en het financieren van kortetermijnbelangen leidt volgens de auteur tot een atypische en snelle achteruitgang van Amerikaanse macht. Bondgenootschappen worden beschadigd door onbetrouwbare diplomatie en persoonlijke wrok, terwijl tegenstanders profiteren van de leeggelopen invloedssfeer. Historische voorbeelden (zoals examensystemen en meritocratische hervormingen in andere rijken) worden aangevoerd om te tonen hoe essentieel institutionele bekwaamheid en wetenschap zijn voor langdurige macht.

Slotconclusie:
Terugkeren naar het oude bestel volstaat niet meer; herstel vereist diepgaande hervormingen die democratische instellingen herstellen, meritocratie en wetenschap opnieuw versterken en de macht meer openstellen voor gewone burgers. Zonder zulke structurele veranderingen bestaat volgens de auteur het risico dat de Verenigde Staten zichzelf als supermacht verliezen, terwijl rivalen als China hun positie uitbouwen.