Het boek 'Diplomademocratie' van Mark Bovens en Anchrit Wille geeft een vertekend beeld
In dit artikel:
Mark Bovens en Anchrit Wille hebben hun boek Diplomademocratie opnieuw uitgegeven met het oude standpunt dat rechts-nationalistische partijen in Nederland fungeren als een nuttige uitlaatklep voor praktisch opgeleide kiezers: door ze politiek te erkennen zouden wantrouwen en onvrede afnemen en het radicalisme temperen (de zogenoemde inclusion–moderation thesis). De columnist in dit stuk bestrijdt die lezing op meerdere fronten.
Ten eerste klopt het beeld van een kosmopolitische elite die de Nederlandse politiek domineert niet: kritiek op multiculturalisme, strengere immigratiepolitiek en euroscepsis zijn al decennialang onderdeel van het politieke spectrum — denk aan Bolkestein, Rita, Paul Scheffer, Job Cohen en kabinetten onder Balkenende. Ook het referendum over de Europese grondwet (2005) is geen simpel verhaal van hogeropgeleiden tegen lageropgeleiden; veel hoogopgeleiden stemden toen eveneens tegen, deels om economische redenen.
Ten tweede heeft het succes van Diplomademocratie politieke consequenties gehad: de studie leverde intellectuele legitimatie aan coalities en politieke constructies die de rol van rechts-populistische partijen versterkten in plaats van dempten. De auteurs presenteren het kabinet-Schoof als bewijs dat inclusie werkt — dat kabinet zou praktisch opgeleiden tegemoetgekomen zijn en daarmee vertrouwen hebben hersteld — maar die conclusie houdt volgens de columnist geen stand. Er is geen aanwijzing dat de politieke toon milder werd of dat het rechts-radicale electoraat kleiner werd; het vertrouwen in de politiek is intussen juist gedaald onder zowel praktisch als academisch geschoolden.
Tot slot wijst het stuk erop dat de inclusion–moderation-thesis binnen de politicologie zelf omstreden is: nationale partijen kunnen weliswaar soms fungeren als een ventiel, maar evengoed werken ze als blaasbalg die onvrede aanwakkert en extremere ideeën normaliseert. De kritiek luidt dat Bovens en Wille hun bevindingen presenteren alsof het onveranderlijke feiten zijn, terwijl het gaat om een theoretische interpretatie met tegenbewijs.
De kernboodschap: rechts-nationalistische partijen zijn geen vanzelfsprekende ‘gezonde correctie’; hun politieke erkenning kan even goed het vuur aanwakkeren en democratische normen ondermijnen.