Het Bestuurlijke Amateurtheater van de Geveinsde Empathie
In dit artikel:
De schrijver schetst hoe de coronajaren eind 2021 voor hem de laatste aanleiding waren om Nederland te verlaten en naar de Algarve te verhuizen: overvolle steden, een krapper wordende woningmarkt, bestuurlijke incompetentie en beleidskeuzes die hij als beklemmend ervaart. COVID werkte als breekpunt in een langer proces van ontevredenheid, maar volgens hem zijn de bijbehorende spanningen en verdeeldheid nooit verdwenen; ze hebben sindsdien alleen maar doorgewerkt in politiek, media en publieke cultuur.
Centraal in het betoog staat de overtuiging dat bestuurders en politieke elites hun gezag verliezen terwijl zij tegelijk hun progressieve agenda’s met meer autoriteit doorvoeren (migratiepolitiek, energietransitie, klimaatbeleid). Dat schept volgens de auteur wrevel: tekorten aan betaalbare woningen, onzekerheid rond energievoorziening en groeiende overlast door asielinstroom. Mensen zoeken volgens hem steeds vaker naar gedeelde verontwaardiging — en vinden die via sociale media, waar algoritmes emoties versterken maar weinig constructiefs opleveren. Tegelijkertijd neemt het vertrouwen in de instituties af en wordt kritiek snel gebrandmerkt als moreel verwerpelijk.
De auteur waarschuwt dat die dynamiek een voedingsbodem biedt voor het normaliseren van antisemitische taal en daden, en hij ziet een verschuiving waarin kritiek op Israël en uitgesproken empathie voor Palestijnen steeds vaker samengaan met generaliserende beschuldigingen aan Joden. Hij noemt concrete Nederlandse voorbeelden: gemeentebestuurders (Femke Halsema en Sharon Dijksma) die met controversiële uitingen rond Nakba-herdenkingen in het oog lopen; het boegeroep tegen Israël bij het Eurovisie Songfestival; het vertrek van zangeres Lenny Kuhr naar Israël uit onveiligheidsgevoel; en volgens hem een tendens bij publieke omroepen, kranten en universiteiten die kritiek op Israël makkelijker toelaten of zelfs stimuleren. Deze opsomming is in de tekst een kritiek op zowel media-instellingen (NOS, Volkskrant, NRC, RTL) als op academische en culturele organisaties.
Het argument reikt verder: waar tijdens de pandemie de overheid de retoriek van collectief belang inzette en soms hard ingreep, ziet de auteur nu gelijkaardige patronen van morele dwang — politici en opiniemakers die met morele superioriteit debatten domineren en tegenstanders marginaliseren. Deze bestuurlijke en culturele houdingen zouden de democratische ruimte uithollen en een ondemocratisch totalitarisme doen oplichten, omdat ideaalbeelden steeds strakker worden afgedwongen met staatsmacht en mediakracht als steun.
Als historische echo haalt de auteur Douglas M. Kelley’s 1947-werk over de Geallieerde psychiatrische interviews met nazi-leiders aan. Kelley concludeerde dat de personen achter gruweldaden “gewone mensen” waren die in omstandigheden extreem konden worden; de schrijver gebruikt die gedachte als waarschuwing: ideologieën die zichzelf te zeker wanen, kunnen ontsporen en gewone burgers tot dadergedrag brengen. Daarmee wil hij onderstrepen dat het huidige morele klimaat niet alleen gevaarlijk is voor Joden, maar mogelijk ook voor het liberale samenleven en de democratie zelf.
De auteur beschouwt antisemitisme als een symptoom en tevens een katalysator van bredere maatschappelijke ontwrichting: het is volgens hem immuun voor rationele tegengiffen en wordt vaak gemaskeerd door vermeende empathie met Palestijnen. Hij waarschuwt dat die mechanismen – gecombineerd met politieke gemakzucht, mediapolarisatie en algorithmeffecten – de neiging hebben om maatschappelijke spanningen te verergeren in plaats van op te lossen.
Belangrijke concrete signalen in de tekst: politie-overreacties bij protesten (verwezen naar incidenten als ME-optreden in Loosdrecht), “asielcongestie” die spanningen opvoert, en publieke ritualen (herdenkingen, culturele podia) die gespannen reacties oproepen. De toon van het stuk is polemisch en persoonlijk gemotiveerd: de auteur stelt dat zijn vertrek naar Portugal een individuele reactie was op een combinatie van beleid, cultuur en corona-ervaringen, en hij presenteert voorbeelden om te laten zien hoe die zaken samenhangen.
Contextuele aantekening: de tekst is een opiniërend en sterk gekleurd betoog — veel beweringen zijn interpretaties en waardeoordelen over media, politici en maatschappelijke trends. De verwijzingen naar stijgende antisemitische gevoelens sluiten aan bij bredere, internationaal gedocumenteerde spanningen sinds de conflicten in oktober 2023, maar de mate en verklaring van die stijging worden in de bijdrage vooral vanuit één perspectief uitgelegd.
Het Oranje Café: Videobellen met WK-held Eloy Room: wat zei Willem-Alexander in de kleedkamer van Curaçao?