Het bestand in Syrië: historische mijlpaal of hoogverraad? 

dinsdag, 3 februari 2026 (21:38) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Zmnako Karem (35), een Koerdische christen die in Nederland woont, volgt bezorgd het nieuws uit noordoost-Syrië. De afgelopen weken boekte het Syrische leger er snelle winst: de autonome regio Rojava is grotendeels teruggewonnen en alleen twee kleine enclaves blijven onder controle van de Syrian Democratic Forces (SDF), de overwegend Koerdische militie. Vorige vrijdag sloten de strijdende partijen een bestand waarbij de SDF ingrijpende concessies deed: de organisatie wordt opgeheven, moet zijn wapens inleveren en opgaan in vier divisies van het Syrische leger — een duidelijke overwinning voor Damascus en een stap richting een centraal geregeerd Syrië.

De internationale reacties zijn overwegend positief. De Verenigde Staten kwalificeren het akkoord als een belangrijke mijlpaal, Frankrijk steunt de implementatie en ook Turkije reageert voorzichtig welwillend. Eerder maakte president Trump eind 2024 een handdruk met de Syrische leider Al-Sharaa; die beweging, en de EU-steunpakketten die recent zijn aangekondigd, wekten onder veel Koerden verontwaardiging. Op 9 januari kondigde de Europese Commissie een nieuw steunpakket van 620 miljoen euro aan voor Damascus; in Nederland leidde dat tot politieke discussies en een motie (SGP) die betaling onder de huidige omstandigheden wil blokkeren.

Karem ervaart het akkoord als een herhaling van oud verraad. Hij vertelt hoe zijn familie in 1991 vluchtte tijdens de bloedige onderdrukking van Koerdische opstanden in Irak — hijzelf overleefde de vlucht als pasgeborene ternauwernood. De heroïsche verzetspartij rond Kobani (2015), toen de SDF IS terugdreef met steun van de internationale coalitie, gaf de Koerden hoop op een betrouwbare bondgenoot. Die hoop is volgens Karem nu geslonken: Westerse steun blijkt volgens hem vaak tijdelijk en tactisch, en kiezen voor de nieuwe Syrische machthebbers voelt als het opgeven van de Koerden.

Belangrijke zorgen zijn praktisch en existentieel: het akkoord bevat geen internationale garanties voor de veiligheid van Koerden en andere minderheden, autonomie en zelfbestuur worden niet genoemd, en er is angst voor sektarisch geweld wanneer Syrische troepen de voormalige Koerdische gebieden binnentrekken. Voor vele christenen en andere minderheden zijn de SDF-gebieden tot nu toe de enige veilige toevlucht geweest, ook al krijgt de SDF beschuldigingen van mensenrechtenschendingen. Karem pleit niet voor blind vertrouwen in de SDF, maar wel voor dat de wereld de kwetsbare bevolking niet in de steek laat en dat er waarborgen komen voor hun bescherming.

Persoonlijk blijft Karem ondanks het verlies en de teleurstelling niet verbitterd; hij put troost uit zijn geloof en hoopt dat zijn volk uiteindelijk verlossing en bescherming zal vinden.