Het beeld van de paraplu die, gegrepen door een windvlaag, plots trechtervormig wordt, is van een klassieke schoonheid | column Wieberen Elverdink

vrijdag, 12 juni 2026 (16:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Journalist Wieberen Elverdink (45) begint bij een simpel beeld: in een prullenbak in het stadscentrum steekt een duidelijk kapotte paraplu, metalen baleinen scheef en het doek verfrommeld. Vanuit dat tafereel reconstrueert hij het kleine drama dat eraan voorafging — de eigenaar die in de regen triomfantelijk zijn opvouwbare afdekking tevoorschijn haalt, het mechanisme wil ontgrendelen en merkt dat het hapert, waarna in een gehaaste poging iets scheurt en het object zich onherstelbaar vervormt. De paraplu belandt kwaad in de afvalbak; tien minuten later loopt Elverdink erlangs en fantaseert over de vrouw die even daarvoor nog met plakkerig haar, een natte tas en een doorweekte nieuwe jurk in een winkel werd gedreven.

Die scène is vertrekpunt voor een persoonlijke beschouwing: Elverdink heeft een haat-liefdeverhouding met de paraplu. Wanneer hij doet wat hij moet doen — openen en sluiten zonder mankeren — geeft het zelfs plezier; maar wind, gesprongen scharnieren of slechte constructie veranderen het ding snel in afval. Nog erger wordt het wanneer je een paraplu moet delen. Volgens de onuitgesproken etiquette behoort de langste de hand om het gebogen handvat te slaan en met de binnenarm te zorgen voor gelijkmatige dekking; een gebrek aan samenspel leidt tot botsende ribben, natte jassen en onvermijdelijke ergernis. Meestal is het de drager die zich moet opofferen, met als resultaat een doorweekte buitenlaag maar soms wel een dankbare metgezel.

Elverdink gebruikt die alledaagse frustratie om te reflecteren op kwetsbaarheid, tuigelijke gebruiksvoorwerpen en kleine sociale regels. Hij woont met zijn vrouw en drie kinderen in een middelgroot dorp in het Noorden.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: William Janz verzorgt ook Spaanse klanken tijdens de commercialbreak van De Oranjezomer met 'Quiero'