Het asielverzet in Loosdrecht en IJsselstein legt pijnlijk bloot hoe kabinet zich heeft misrekend
In dit artikel:
Minister Bart van den Brink (Asiel en Migratie, CDA) zit klem doordat lokaal verzet tegen noodopvang het kabinet zijn plannen ontregelt. Eind maart vroeg hij gemeenten dringend om spoednoodopvangplaatsen: asielcentra, inclusief het aanmeldcentrum in Ter Apel, zijn overbelast en het COA verwacht aan het einde van de zomer een tekort van ongeveer 7.900 plekken. Tegelijk stelde hij dat het kabinet spoedmaatregelen zou invoeren om de instroom te beperken zodra de Eerste Kamer de asielwetten zou behandelen.
Die verwachting bleek tevergeefs: de Eerste Kamer verwierp vorige maand de beoogde instroombeperkende wetgeving. Daardoor blijft het kabinet afhankelijk van gemeenten voor opvang, terwijl veel lokale gemeenschappen terughoudend of zelfs vijandig reageren. In Wijdemeren (Loosdrecht) en IJsselstein leidde de aankondiging van opvang tot vernielingen aan gemeentehuizen; burgemeester Mark Verheijen wijst het falen van Den Haag aan als belangrijke oorzaak van de onvrede.
De geschiedenis speelt mee: de eerder ingevoerde spreidingswet moest solidariteit afdwingen door asielzoekers over alle 342 gemeenten te verdelen, wat aanvankelijk tot veel belangstelling leidde. Toen echter een kabinet met de PVV aantreedt en zich tegen die wet keerde, trokken veel gemeenten hun aanbod terug. Daardoor stokte de toename van reguliere azc-plaatsen, en blijft het kabinet nu in onzekerheid hangen.
Den Haag hoopt nu op het EU-migratiepact (ingangsdatum 12 juni) om de druk op Nederland te verminderen. Maar ongeacht of de instroom afneemt, blijven opvangplaatsen nodig. Bestuurders vrezen dat het afdwingen van spreiding of het opleggen van locaties de lokale onrust alleen maar zal vergroten, waardoor het kabinet tussen landelijke beleidsambities en lokale weerstand blijft vastzitten.