Het Amsterdamse Skøll levert de meeste toproeiers: 'Dit is de absolute roeihoofdstad van Nederland'

dinsdag, 11 augustus 2026 (14:31) - Het Parool

In dit artikel:

Skøll is in zestig jaar uitgegroeid van een idealistisch studenteninitiatief tot een van de grootste en succesvolste roeiverenigingen van Nederland. De Amsterdamse club telt inmiddels meer dan 1.100 leden en leverde negen roeiers aan de nationale selectie. Tijdens de Olympische Spelen van 2024 wonnen Benthe Boonstra en Lennart van Lierop bovendien de eerste gouden medailles uit de geschiedenis van Skøll.

Voorzitter Jacob Groot, die zijn studie een jaar onderbrak om de vereniging te leiden, ziet de combinatie van topsport en toegankelijkheid als een belangrijke kracht. Nationale roeiers lopen er geregeld binnen en kunnen in de kleedkamer naast gewone leden zitten. Tegelijkertijd draait het verenigingsleven op tientallen commissies, wekelijkse borrels en een grote groep vrijwilligers. De club investeerde de afgelopen jaren ook in professionalisering, onder meer met een nieuwe verdieping en een krachttrainingsruimte aan de Amstel.

De vereniging ontstond in 1966 uit onvrede over de beslotenheid van Nereus, dat destijds vooral openstond voor mannelijke corpsstudenten. Oprichter Hans van der Velde wilde met vrienden een vereniging beginnen die voor alle studenten toegankelijk was. Hoewel Skøll aanvankelijk geen boten, leden of eigen onderkomen had, sloten zich snel tientallen studenten aan.

Aan de huidige locatie aan de Amstel kwam de jonge vereniging op opmerkelijke wijze. Volgens Van der Velde wist hij tijdens een borrel wethouder Harry Verheij ervan te overtuigen het terrein beschikbaar te stellen, op voorwaarde dat Skøll 10.000 gulden bijeenbracht. Dat bedrag werd opgehaald, waarna de club een vaste plek kreeg tussen de burgerverenigingen Poseidon en Willem III.

Skøll groeide daarmee uit tot een blijvende tegenhanger van het oudere Nereus. De twee verenigingen maken deel uit van een bredere Amsterdamse roeicultuur die volgens roeihistoricus Johan ten Berg uitzonderlijk sterk is. De stad beschikt over de Amstel voor lange afstanden en de Bosbaan voor wedstrijden, beide op korte afstand van het centrum. Daardoor trekken Amsterdam en zijn verenigingen veel talentvolle studenten aan.

De geschiedenis van het roeien in de hoofdstad gaat terug tot de negentiende eeuw. Nereus werd in 1885 opgericht, nadat de sport vanuit Groot-Brittannië naar Nederland was overgewaaid. Wedstrijden werden aanvankelijk ook op het IJ gehouden, maar de drukte en het onrustige water maakten dat steeds minder geschikt voor smalle, snelle boten. De aanleg van de Berlagebrug beperkte later het wedstrijdroeien op de Amstel. Daarom werd in de jaren dertig de Bosbaan aangelegd; de Amstel bleef vooral belangrijk voor langeafstandsraces.

Roeiverenigingen vervullen volgens Ten Berg niet alleen een sportieve, maar ook een sociale rol. Dat geldt zichtbaar voor Skøll, waar leden elkaar via commissies, trainingen en borrels ontmoeten. Groot vond er zelf een partner en binnen de vereniging zijn meerdere kinderen geboren uit relaties tussen leden.

De club combineert die informele cultuur met een sterke prestatiedrang. Bij belangrijke wedstrijden, waaronder de wereldkampioenschappen op de Bosbaan, staan veel leden langs de kant om hun clubgenoten aan te moedigen. Daarmee heeft Skøll zich naast Nereus stevig gevestigd als een bepalende kracht binnen het Amsterdamse studentenroeien.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Rob Geus niet rouwig om einde van gratis broodjes kaas bij KLM: 'Mooiste bericht van de dag!'