Het Amerikaanse bedrijfsleven is heus niet blij met Trump, denkt deze socioloog. 'Ze willen niet knielen voor een president'

woensdag, 14 januari 2026 (14:49) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Het Amerikaanse bedrijfsleven buigt zich de afgelopen maanden opvallend vaak voor de grillen van president Donald Trump: bedrijven zwijgen over zijn aanvallen op de Federal Reserve, accepteren importheffingen, schrappen diversiteitsbeleid, prijzen de president en passen hun handelspraktijken aan (Nvidia zou betaald hebben om chips in China te mogen verkopen). Grote advocatenkantoren boden zelfs bijna een miljard dollar aan kosteloze rechtsbijstand aan de regering. Ook mediabedrijven gedragen zich terughoudend: netwerk CBS haalde tijdelijk de show van Jimmy Kimmel weg na kritiek vanuit Republikeinse hoek.

Socioloog Mark Mizruchi (Universiteit van Michigan), die de relatie tussen bedrijfsleven en politiek bestudeert en auteur is van The Fracturing of the American Corporate Elite, ziet in die toegevingen geen teken van zwakke leiders, maar van een gefragmenteerde zakelijke top. Waar in de decennia na de Tweede Wereldoorlog een relatief kleine, homogene elite van vooral witte mannen via organisaties als het Committee for Economic Development gezamenlijk politiek invloed uitoefende, is die collectieve samenhang sinds de jaren zeventig én sterk versneld in de jaren tachtig weggeëbd.

Na de oorlog streefden topmannen volgens Mizruchi naar wat hij noemt “verlicht eigenbelang”: ze steunden beleid dat de gehele samenleving en daarmee ook de bedrijfstoekomst zou versterken — voorbeelden zijn het Marshallplan, acceptatie van hogere belastingen en plannen voor betere gezondheidszorg. Vanaf de jaren zeventig en vooral na de opkomst van Reagan veranderde dat: internationale concurrentie, de teloorgang van Keynesiaanse ideeën en de opkomst van aandeelhouderskapitalisme maakten bestuurders kortzichtiger en competitiever. De winsten van die periode (lager belastingtarief, verzwakte vakbonden, deregulering) maakten collectieve organisatie minder urgent.

Die versnippering betekent volgens Mizruchi dat bedrijven individuele belangen boven gezamenlijke politieke actie zetten. Als gevolg zijn ze slecht toegerust om collectieve kwesties als handel, infrastructuur of migratie tegen politiek beleid te verdedigen. Onder Trump leidt dat ertoe dat bedrijven toegeven of accommoderen in plaats van samenstand te tonen; Mizruchi benadrukt dat ze niet per se blij zijn met die capitulatie, maar simpelweg geen mechanisme hebben om er collectief tegenop te komen.

Mizruchi pleit — zij het met enige terughoudendheid — voor een herleving van collectieve bedrijfsinvloed die verantwoordelijkheid neemt voor bredere maatschappelijke problemen, bijvoorbeeld bij klimaatbeleid. Realistischer acht hij echter de rol van sociale bewegingen: die zullen bedrijven waarschijnlijk dwingen om verantwoordelijkheid te nemen wanneer bedrijfsleiders het zelf niet doen.