'Hersenschimmen' van Bernlef, nieuwe roman in de canon: "Als het slechtgaat in het leven, toont zich de liefde"
In dit artikel:
Bernlef’s roman Hersenschimmen (1984), sinds kort opgenomen in de vernieuwde canon van de Nederlandstalige literatuur, beschrijft op indringende wijze de mentale aftakeling van de hoofdpersoon Maarten. Maarten en zijn vrouw Vera wonen in de Verenigde Staten; na zijn pensioen beginnen geheugenverlies en desoriëntatie. De vertelling volgt Maartens bewustzijn van binnenuit: een interior monologue waarin niet alleen zijn denkbeelden vervagen, maar ook de taal zelf geleidelijk verbrokkelt. Het boek werd een bestseller (69 drukken, ongeveer een half miljoen exemplaren) en blijft veel gelezen.
De Vlaamse psychiater Dirk De Wachter, die het werk nu voor het eerst las, prijst vooral die vormkeuze: de inhoud en de stijl lopen in elkaar over, waardoor de lezer de verwarring en ontreddering van dichtbij meemaakt. Hij herkent in het verhaal typische patronen van beginnende dementie — wisselende helderheid en wanen, verwarde tijdsbeelden en het niet altijd kunnen beoordelen van de realiteit — en ziet er ook raakpunten met actuele ethische vraagstukken zoals wilsbekwaamheid en euthanasie. Voor hem illustreert Hersenschimmen hoe existentieel lijden en de subjectieve beleving van ziekte vaak krachtiger en waarachtiger worden weergegeven in literatuur dan in technische vakliteratuur.
Centraal in de roman staat naast verlies ook liefde: Vera’s zorg, paniek en machteloosheid vormen de tegenhanger van Maartens aftakeling. Bernlef legt een spanning bloot waarin liefde zich juist toont in het lijden — een idee dat De Wachter herkent uit zijn eigen werk en onderwijspraktijk. Hij laat studenten vaak een roman lezen om die innerlijke werkelijkheid te ervaren, omdat fictie diepe emotionele inzichten kan verschaffen die droge vakteksten missen.
Stilistisch werken seizoermetafoor en taalverstoring sterk mee: het boek begint in een kille, winterachtige sfeer en sluit op een laatste zin over de lente, een subtiele aanwijzing voor hoop te midden van verval. De Wachter merkt op dat Bernlef de verwoording van de aftakeling tot het randgebied van begrijpelijkheid laat doordringen; hij stelt voor dat het soms nóg verder had kunnen ontsporen, zoals bij avant-gardere schrijvers die met taalexperimenten de grenzen van het zegbare opzoeken.
Wie Bernlef was: Hendrik Jan Marsman (1937–2012) publiceerde onder het pseudoniem Bernlef poëzie, romans, essays en vertalingen. Hij ontving prijzen als de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooftprijs en vertaalde onder meer Tomas Tranströmer. Naast schrijven was hij actief als vertaler en jazzpianist. Hersenschimmen blijft zijn bekendste roman en geldt, aldus De Wachter, terecht als een meesterwerk — mede omdat het lezers en hulpverleners helpt de innerlijke werkelijkheid van dementie levende in te beelden.