Heroïsche verhalen over glorie, strijd en mannelijkheid leiden vooral tot destructie, laat 'The Odyssey' zien
In dit artikel:
Christopher Nolans The Odyssey, die op 31 juli 2026 werd besproken, wordt in dit artikel gelezen als meer dan een spectaculaire Homerus-verfilming: de film levert vooral een politiek en filosofisch statement over mythe, rede en de onmogelijkheid van een terugkeer naar een zogenaamd puur verleden. Tegenover eerdere epische films als Troy, die na 11 september mannelijkheid, strijd en glorie verheerlijkten, laat The Odyssey juist zien hoe destructief dat verlangen kan uitpakken.
De film presenteert Odysseus niet als een spierbundel of klassieke oorlogsheld, maar als een bedachtzame, soms kille figuur die met list en instrumentele rede zijn weg zoekt. Daarmee verwijst de auteur naar Adorno en Horkheimer, die Odysseus zagen als een vroege belichaming van de Verlichting: de mens bevrijdt zich van mythes, maar gaat vervolgens de wereld en andere mensen beheersen alsof alles middel is tot een doel. Odysseus’ list met het houten paard, zijn houding tegenover religieuze wetten en zijn berekening in levens en doden maken hem tot symbool van die harde rationaliteit.
Tegelijk benadrukt de film dat terugkeer naar huis, naar Ithaka of naar een mythisch ‘vroeger’, niet meer mogelijk is. De vernietiging van Troje, de wanorde thuis en de morele schade van Odysseus’ handelen maken duidelijk dat glorie altijd een prijs heeft. Volgens de auteur is dat de politieke boodschap van de film: hedendaags verlangen naar een geromantiseerd verleden, zoals zichtbaar in populistische bewegingen en in de retoriek van machtspolitiek, eindigt onvermijdelijk in onderdrukking, cynisme en geweld.
De Oranjezomer: Bas Nijhuis hoopt op één man als opvolger van Ronald Koeman: 'Ik ben héél erg fan!'