'Hernoemen van 'raadsheer' naar 'rechter' is symboolpolitiek in puurste vorm'

dinsdag, 9 juni 2026 (09:31) - Het Parool

In dit artikel:

Het Amsterdamse gerechtshof voert een proef waarbij de naambordjes in zittingszalen ‘raadsheren’ vervangen door de term ‘rechter in hoger beroep’. Rechter Sannah Hübel presenteerde de wijziging als een stap naar meer helderheid en genderneutraliteit; binnen de hofkringen wordt het positief ontvangen. Parool-lezer Feike Otto van der Zee vraagt zich echter af wat het doel van die wijziging is en legt scherpe kritiek neer.

De kritiek luidt dat ‘raadsheer’ een oude ambtstitel is, vergelijkbaar met andere historische functienamen als ‘hoogleraar’ of ‘minister’, en niet per se vrouwen uitsluit. Vervanging door een omschrijving in plaats van een nieuwe ambtstitel verschuift de discussie van traditie naar modern taalgebruik zonder duidelijk praktisch nut. Tegenstanders noemen het vooral symbolische politiek: zichtbaar en goedkoop, maar niet verantwoordelijk voor het terugdringen van achterstanden, personeelstekorten of het verbeteren van rechtszaken.

Daarnaast wijst de briefschrijver op praktische en juridische inconsistenties: in wetten, processtukken en arresten blijft ‘raadsheer’ doorgaans gehandhaafd, waardoor zowel burgers als documenten verschillende benamingen kunnen tonen. Voorstanders stellen dat de oude titel voor leken niet altijd begrijpelijk is; critici menen dat betere communicatie vaak een effectievere oplossing is dan het hernoemen van ambten. Ook waarschuwen zij dat het steeds opnieuw bevragen van historische termen de herkenbaarheid en continuïteit van instituties kan ondermijnen.

Samengevat: de pilot wordt gezien als een kleine, zichtbaar progressieve maatregel, maar roept vragen op over prioriteit, effectiviteit en consistentie. Voor veel critici blijft de kern: niet de naam op de deur bepaalt het gezag van de rechter, maar de kwaliteit van de rechtspraak erachter.