Herinneringen aan Capitoolbestorming zijn onvindbaar in Washington D.C.
In dit artikel:
In Washington D.C. is vijf jaar na de bestorming van het Capitool weinig tastbaars overgebleven: een door het Congres goedgekeurde gedenkplaquette, die vorig jaar al opgehangen had moeten worden, ligt ongebruikt in een kelder. De Republikeinse voorzitter van het Huis noemde de uitvoering van die beslissing "niet realiseerbaar" en gaf verder geen toelichting; Democratische kamerleden hingen als alternatief posters op.
Op de vijfde verjaardag gebruikte voormalig president Donald Trump de gelegenheid om het strafrechtelijk onderzoek naar zijn rol aan te vallen. Hij sprak met Republikeinse afgevaardigden in het Kennedy-theater — dat recentelijk het etiket 'Trump-Kennedy Center' kreeg — en betoogde dat onderzoekers zijn oproep tot kalmte zouden hebben genegeerd. Justitie oordeelde juist dat de rellen niet zouden hebben plaatsgevonden als Trump zijn volgelingen niet had aangespoord naar Washington te komen en te protesteren tegen de uitkomst van de presidentsverkiezingen van 2020.
De politie van het Capitool hield het stil rond de herdenking; vragen over rituelen of publieke erkenning bleven onbeantwoord. De menselijke tol van 6 januari wordt nog steeds gevoeld: één agent overleed later aan een beroerte gerelateerd aan verwondingen van die dag en drie anderen pleegden kort na de bestorming zelfmoord — gebeurtenissen die worden gelinkt aan de trauma's van toen.
Oud-leden van de parlementaire onderzoekscommissie organiseerden een informele hoorzitting om delen van het bewijs uit het uitgebreide J6-rapport (circa 850 pagina's) opnieuw naar voren te brengen. Voormalige congresleden en ex-agenten herinnerden emotioneel aan de aanval: voormalig politieagent Winston Pingeon beschreef hoe hij die dag werd aangevallen en als verrader werd bestempeld. Pamela Hemphill, die werd veroordeeld voor deelname aan de bestorming, weigerde vorig jaar gratie en toonde op de bijeenkomst berouw; zij zei dat ze in de retoriek van Trump was meegegaan en verontschuldigde zich bij de aangevallen agenten.
Tegelijkertijd voeren rechtse critici en de nieuw samengestelde, overwegend Republikeinse J6-commissie een tegenovergestelde lijn: zij bestempelen de eerdere, door Democraten geleide commissie als partijdig en belagen diens verdachtmakingen. Twee Republikeinse ex-leden van de oorspronkelijke commissie, onder wie Liz Cheney, raakten in onmin binnen de partij.
Buiten het Congres hielden veroordeelde relschoppers zelf herdenkingen. Van de bijna 1.300 personen die werden veroordeeld voor betrokkenheid bij de bestorming, kreeg een substantieel deel straffen voor ernstige feiten zoals vernieling, samenzwering en aanvallen op agenten; op de eerste werkdag van Trumps termijn werden veel van hen door hem gratie verleend. Sinds hun vrijlating zijn minstens 33 van hen opnieuw veroordeeld voor uiteenlopende delicten, en enkelen beraamden zelfs plannen om prominente Democraten aan te vallen.
Media-interviews met vrijgelaten deelnemers laten zien dat onder hen sommigen hun deelname blijven goedpraten en politiek ambities nastreven; anderen, zoals Stewart Rhodes (Oath Keepers), zoeken hernieuwde invloed en eisen rechtsvervolging van aanklagers. Ook prominente figuren als Proud Boys-voorman Enrique Tarrio en de moeder van gedode Ashli Babbitt waren aanwezig bij enkele herdenkingen. Een civiele schadevergoeding van vijf miljoen dollar aan Babbitts moeder en afgewezen vorderingen van de Proud Boys illustreerden de juridische nasleep van de gebeurtenis.
De vijfde verjaardag liet zo een duidelijk politiek verdeelde nagedachtenis zien: voor velen blijft 6 januari een symbool van een aanval op de democratie en van persoonlijke tragedie, terwijl anderen het incident blijven bagatelliseren of inzetten als politiek kapitaal.