Herinnering aan admiraal Michiel de Ruyter springlevend
In dit artikel:
Al ruim drieënhalve eeuw na zijn dood leeft admiraal Michiel de Ruyter voort — vooral binnen de Hongaarse gemeenschap — en dat bleek zaterdag tijdens de jaarlijkse herdenking bij zijn praalgraf in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Eén keer per jaar gaat de grafkelder open; een naambord toont dat in totaal 55 personen in de gewelven zijn bijgezet.
De sterke band met Hongarije verwijst naar een actie van De Ruyter in februari 1676, toen hij 28 Hongaarse predikanten bevrijdde die door de katholieke Oostenrijkers waren gevangengenomen en als galeislaven werden ingezet. Volgens de Hongaarse ambassadeur Daniel Landeck was die bevrijding “een symbool van Europese christelijke solidariteit”; hij legde namens zijn gemeenschap een krans en daalde als een van de eersten de kelder af, zijn toespraak afsluitend met “Soli Deo Gloria”.
In de grafkelder staan drie kisten; De Ruyter ligt in de middelste, in een stalen kist — “Het lichaam zit nog weer in een stalen kist”, zegt verre nazaat Frits de Ruyter de Wildt. Achter de kist hangt een lauwerkrans met de namen van de bevrijde predikanten. Hongaarse rood-wit-groene linten herinneren aan eerdere bezoeken; andere linten tonen buitenlandse eerbetonen, onder meer uit Denemarken en van keizer Wilhelm II (1894).
De Ruyters grafcombinatie bestaat uit een witmarmeren praalgraf in de kerk en een familiekelder daaronder. De admiraal stierf op 29 april 1676 in de Baai van Syracuse aan wondkoorts nadat een kanonskogel zijn rechterbeen en een deel van zijn linkervoet had verwoest; zijn gebalsemd lichaam werd op 18 maart 1677 in de Nieuwe Kerk bijgezet.