'Henk Nienhuis zei met een brede lach: weet je wel hoeveel dertig keer 300 gulden is, Hans?' | Column Hans Nijland
In dit artikel:
Hans Nijland, oud-directeur van FC Groningen, blikt in zijn column terug op De Langeleegte — tegenwoordig omgedoopt tot Henk Nienhuis Stadion — waar onlangs zijn twee kleinzoons van twaalf tegen elkaar voetbalden. Die partij wekte warme herinneringen bij hem aan de sfeer rond BV Veendam en vooral aan diens kleurrijke leider Henk Nienhuis.
Voordat Nijland bij FC Groningen kwam, runde hij samen met Jelte Hut uitgeverij Adrem/Huland. Nienhuis belde hem vaak met het verzoek om spelers onder te brengen; veel voetballers vonden via die weg tijdelijk werk bij de sportuitgeverij. Nijland noemt namen als Joop Gall en Willem Brouwer en schetst het simpele, vrolijke karakter van de trainingen destijds: korte warming-up, positiespel en een afsluitend partijtje — weinig tactiek, veel plezier.
Hij vertelt ook een anekdote die Nienhuis’ vindingrijkheid illustreert: een verzoek om sponsor te worden van de wedstrijdbal voor 300 gulden leidde uiteindelijk tot tientallen bedrijven die meebetaalden — een slimme handelsgeest waarmee Henk soms zelfs de zakenman voorbleef.
Het uiteindelijke verdwijnen van BV Veendam ervaart Nijland als een groot verlies voor Oost-Groningen. Hij betreurt dat gemeente en lokale ondernemers de club niet konden behouden en vergelijkt het met het trotse behoud van Telstar in het industriële IJmuiden. Zijn conclusie is nuchter en melancholisch: eenmaal verdwenen wat er was, komt niet zomaar terug.