Hendriks na IOC-besluit over helm: 'Sporters mogen meer, speelveld moet schoon blijven'
In dit artikel:
Maurits Hendriks, voormalig directeur topsport van NOC*NSF, reageert op de uitsluiting van de Oekraïense skeletonner Vladyslav Heraskevytsj van de Olympische wedstrijden in Milaan-Cortina. Heraskevytsj, vorig jaar vierde op het WK, mocht donderdag na overleg niet starten omdat hij weigerde te stoppen met het dragen van een helm waarop afbeeldingen van omgekomen landgenoten en collega-sporters uit de oorlog met Rusland stonden.
Hendriks noemt de actie van de atleet sympathiek en begrijpelijk, maar wijst erop dat het IOC strikte regels hanteert om politieke, religieuze en raciale uitingen op olympische terreinen te verbieden (regel 50 van het olympisch handvest). Het doel van die bepaling is volgens hem de wedstrijdarena en het olympisch dorp neutraal en ‘schoon’ te houden, zodat competitie en verblijf niet worden gebruikt voor protesten of propaganda.
Hij plaatst de zaak in historisch perspectief: in 2014 moest hij als NOC*NSF-baas bemiddelen bij de commotie rond snowboardster Cheryl Maas, die tijdens de Spelen in Sotsji handschoenen droeg met lhbti-symboliek. Destijds benadrukten Maas en Hendriks dat het geen politiek statement was; later gaf Maas toe dat het wel degelijk om protest ging. Sindsdien zijn de regels geleidelijk versoepeld: na advies van onder meer de IOC-atletencommissie werden in 2021 de mogelijkheden voor sporters om zich uit te spreken verruimd, vooral buiten directe wedstrijdbedreigingen en via sociale media of podiummomenten.
NOC*NSF heeft voor de huidige Spelen extra voorlichting gegeven en samengewerkt met mensenrechtenorganisaties om atleten bewust te maken van de regels en de mogelijke consequenties. Hendriks benadrukt dat internationale federaties vaak beslissingen tijdens de Spelen aan het IOC laten, en dat verklaringen van betrokken atleten – zoals destijds van Maas – kunnen helpen zaken te sussen, maar dat de wettelijke kaders uiteindelijk bepalen wat is toegestaan.