Helpt vorst bij het omleggen van invasieve waterplanten?

maandag, 16 februari 2026 (12:42) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Rond Beilen dreven de afgelopen weken dode drabben van de invasieve grote waternavel op het water nadat een korte maar strenge vorstperiode bovengrondse delen had aangepakt. De plant, oorspronkelijk uit Noord‑ en Zuid-Amerika, verdringt inheemse waterplanten in vijvers, kanalen en meren en kost Nederlandse overheden jaarlijks steeds meer geld om te bestrijden.

Provincies en waterschappen besteden nu al tonnen aan maaien om de exoot in toom te houden. Provincie Drenthe geeft jaarlijks ongeveer 350.000 euro uit aan bestrijding; het waterschap Hunze en Aa’s betaalde vorig jaar circa 270.000 euro. Die inzet is erop gericht de plant uit te putten door regelmatig af te maaien, maar de soort duikt tegelijkertijd in steeds meer watergangen op.

De vraag is of natuurlijke vorst structureel ingezet kan worden als bestrijdingsmiddel. De provincie Groningen vroeg waterschappen Hunze en Aa’s en Noorderzijlvest te onderzoeken of de recente vorst al blijvende schade heeft aangericht. Exotendeskundige Jan Reinders zegt dat vorst kan helpen, maar alleen onder strikte voorwaarden: maaien van de oever vóór vorst, verlagen van het waterpeil en langdurig, stevig vriezen zodat ook wortels tot circa 30 cm diepte bevriezen. In de praktijk is dat vaak niet haalbaar — zeker niet waar planten tussen dikke rietkragen groeien of achter beschoeiing zitten.

Landelijke plantenonderzoeker Baudewijn Odé (Floron) wijst erop dat sommige exoten wel gevoelig zijn voor kou — watersla en waterhyacint sterven vaak al bij temperaturen onder 5 °C of bij nachtvorst — maar dat fragmenten die in dieper water of modder liggen vorstperioden kunnen overleven. Ook sneeuw kan isoleren en zo het vorsteffect beperken; dat speelde vermoedelijk bij de recente kouperiode.

Praktische en beleidsmatige bezwaren beperken het gebruik van vorst bewust als hulpmiddel. Drenthe ziet er vanaf omdat het verlagen van peilen vaak meer schade of overlast oplevert. Waterschap Hunze en Aa’s noemt risico’s zoals instabiele keringen bij nog lagere winterpeilen en past kort maaien niet vanwege het eigen biodiversiteitsbeleid. Noorderzijlvest‑ecoloog Ivon Benus concludeert dat de voorbije vorst te mild was om de wortels van de grote waternavel substantieel te beschadigen en benadrukt dat bestrijding gecoördineerd moet plaatsvinden: losse acties in één watergang zijn nutteloos als aangrenzende beheerders niets doen.

Naast wintervorst wordt ook geëxperimenteerd met andere vorsttechnieken: in het Zuidlaardermeergebied startte provincie Groningen samen met Groninger Landschap en Weed Free Service een proef waarbij waterteunisbloem in oktober lokaal werd behandeld met droogijs van −80 °C; de effecten worden komend groeiseizoen verwacht. Conclusie: vorst is een potentieel nuttig instrument, maar logistieke, ecologische en bestuurlijke belemmeringen maken het geen eenvoudige of betrouwbare oplossing voor het waterplantenprobleem.