Helpt veel klagen eindexamenkandidaat aan hoger cijfer? De normeringsterm uitgelegd
In dit artikel:
De n-term is de normeringsterm die mede bepaalt wat een schoolexamencijfer uiteindelijk wordt. Het examencijfer volgt uit: behaalde punten ÷ maximaal aantal punten × 9, waarna de n-term wordt opgeteld. Daardoor kan een verschil van een halve n-term al leiden tot een halve punt op het eindcijfer; twee leerlingen met 45 van de 60 punten krijgen bij een n-term van 0,8 een 7,6 en bij 1,3 een 8,1. Zulke kleine verschuivingen kunnen dus doorslaggevend zijn voor geslaagd of gezakt.
Normaal liggen n-termen tussen 0,0 en 2,0; dat is sinds 2000 slechts dertien keer overschreden. Een vergelijking op ntermen.nl laat een gemiddelde van ongeveer 1,04 zien. Het hoogste recente uitschieterbetrof vmbo Duits in 2011 met een n-term van 2,6.
Waarom bestaat de n-term? Omdat elk examenjaar andere vragen of opgaven heeft en toetsen daardoor van jaar tot jaar verschillen in moeilijkheid. Zoals een woordvoerder van het College voor Toetsen en Examens (CvTE) samenvat: “De n-term compenseert dus voor de verschillen in moeilijkheid.”
Wie beoordeelt die moeilijkheid? Zowel het CvTE als het Cito maken vooraf inschattingen door nieuwe en oude vragen te laten maken, laten vakexperts en een commissie van docenten de opgaven beoordelen en vergelijken. Na afname voeren leraren de resultaten in; het Cito analyseert die gegevens en stelt een eerste, technische n-term vast. Klachten van scholieren via LAKS en meldingen van docenten of vakverenigingen kunnen tot aanpassingen leiden, net als aanvullingen op correctievoorschriften. Op basis van al die informatie stelt het CvTE uiteindelijk de definitieve n-termen vast; die worden donderdag openbaar gemaakt.
Kortom: de n-term is een kleine, maar kritieke correctiefactor die de eindcijfers beïnvloedt en bedoeld is om recht te doen aan jaar-tot-jaar verschillen in examenmoeilijkheid.