Helma en Jeroen wonen in een voormalige kroeg in de Czaar Peterbuurt: 'De buurt is wel vertrut, ik mis het rafelrandje'

maandag, 25 mei 2026 (17:31) - Het Parool

In dit artikel:

Helma Bongenaar (59) en haar partner Jeroen Alberts (58) wonen al bijna drie decennia in een hoekhuis met kelder in de Czaar Peterbuurt, dat destijds nog een afbraakbuurt was. Ze trokken er in toen de woning als woon-werkwoning voor kunstenaars werd verhuurd; beiden werkten toen als fotografen, met de studio aan de straatkant en de doka in de kelder. Het buurtbeeld was toen ruig: ontruimde drugspanden, vervallen huizen en klanten die prostituees bij hun deur afzetten. Binnen een halfjaar kenden ze iedereen, maar met de jaren zijn veel oudere Amsterdammers vertrokken en kwamen expats voor in de plaats. Bongenaar zegt: “Ik mis het rafelrandje.”

Het huis, dat uit circa 1880 stamt en vroeger mogelijk een kroeg was, heeft verhalen in zich: een foto uit 1910 toont het uitzicht op de binnentuin en herinnert aan vroegere gezichten van de buurt (er zijn ook filmopnames van Ciske de Rat gemaakt in de straat). Rond 2010 werden de vervallen panden gerenoveerd en werden kelders dichtgemaakt; hierdoor verloor hun woning ruimte maar kregen ze de bovenetage erbij. Het stel kreeg het casco opgeleverd en verbouwde alles zelf: Jeroen timmerde, Helma schilderde en decoreerde.

Hun interieur is consequent opgebouwd uit tweedehands vondsten, sloopmateriaal en brocante-spullen — veel uit de Ardèche waar Bongenaar ouders een vakantiehuisje hadden. Niets is nieuw aangeschaft (behalve twee moderne keukenmachines); authentieke deuren, koperen pannen, vintage textiel en zelfgemaakte lampen (onder meer van gevonden kroonluchters en Chinese soeplepels) geven het huis karakter. Er zitten speelse details in: een geschilderde open haard, poefjes van oude dekens en een wand met Franse asbakken in vliegvorm.

Bongenaar is een fervent verzamelaar: meer dan 150 antieke blauw-witte Franse kommetjes verzamelde ze sinds haar au-pairtijd in Parijs. Ze publiceerde een kookboek, Aan tafel bij Au Bon Coin, organiseert proeverijen in haar keuken — “Altijd als ik hier sta te koken, word ik blij!” — en maakt likeuren en siropen van eigen oogst. De drankkast verwijst naar het verleden van het pand als kroeg.

Jeroen bouwde ook een kleine etalage in de keuken waarin Helma seizoensgebonden schatten tentoonstelt; voorbijgangers blijven er geregeld bij stilstaan. De kinderen zijn inmiddels uit huis, maar er is altijd plek voor hen. Naast haar creatieve bezigheden werkt Bongenaar als ontspulcoach en pleit ze voor hergebruik in plaats van wegwerpconsumptie: spullen krijgen bij haar een nieuw leven of gaan naar de kringloop als iets beters verschijnt. Het huis vertelt zo niet alleen hun persoonlijke geschiedenis, maar ook de transformatie van een buurt en een manier van wonen.