Heinen durft de AOW-som niet aan: de hele Tweede Kamer vroeg erom, ook zijn eigen VVD, en hij noemt het 'niet wenselijk'
In dit artikel:
Minister van Financiën Eelco Heinen (VVD) weigert een door de Tweede Kamer gevraagde berekening te laten maken van de toekomstige AOW-uitgaven en staatsschuld. De Kamer nam de motie van ChristenUnie-Kamerlid Grinwis en SGP-Kamerlid Flach in mei aan met 147 van de 150 stemmen, inclusief steun van de VVD, D66 en CDA. In een brief die vrijdag naar de Kamer ging, schrijft Heinen dat hij de achterliggende zorgen begrijpt, maar een alternatieve raming vanuit het kabinet niet wenselijk vindt.
De motie vroeg om een berekening voor 2060 waarbij de AOW uitsluitend wordt aangepast volgens de wettelijke koppeling aan de contractlonen. Het Centraal Planbureau (CPB) gaat in zijn bestaande ramingen uit van een koppeling aan de totale loonontwikkeling, maar die veronderstelling staat volgens de motie niet letterlijk in de wet. Het CPB had eerder geen antwoord gegeven op de specifieke vraag; Financiën verwees vervolgens naar het CPB. Nu de Kamer de regering formeel om de berekening heeft gevraagd, verwijst Heinen opnieuw naar het planbureau.
Heinen noemt de gevraagde raming volgens het artikel te onzeker, omdat de ontwikkeling van andere looncomponenten niet betrouwbaar te voorspellen zou zijn. Ook zegt hij dat Financiën niet over de middelen beschikt om alle zogenoemde tweede-orde-effecten door te rekenen. Daarnaast beroept hij zich op de onafhankelijkheid van het CPB. De auteur vindt die argumenten onvoldoende, omdat ook de bestaande AOW-ramingen tientallen jaren vooruitkijken en een eigen berekening naast die van het CPB de onafhankelijkheid niet zou aantasten.
Volgens de minister zou de AOW in 2026 ongeveer acht procent lager zijn geweest als die sinds 1998 alleen de contractlonen had gevolgd. Hij benadrukt daarom dat de wettelijke systematiek breder is dan een simpele indexering en ruimte laat voor bijsturing door de regering. Juist die opmerking maakt volgens de auteur duidelijk waarom inzicht in de wettelijke variant belangrijk is: gepensioneerden kunnen niet zonder meer aannemen dat hun AOW vastligt.
De kwestie speelt tegen de achtergrond van eerdere discussies over de AOW-leeftijd en de overheidsfinanciën. Het kabinet zag eerder af van een snellere verhoging van de AOW-leeftijd na een motie van BBB, maar bestempelde dat besluit wel als een structurele begrotingstegenvaller. Volgens de auteur zijn betrouwbare, transparante berekeningen daarom nodig voor het politieke debat. Die roept VVD, D66 en CDA op hun steun aan de motie waar te maken en alsnog een raming te eisen. Als de regering ervan uitgaat dat de AOW met de lonen blijft meegroeien, zou zij dat volgens de auteur expliciet in de wet moeten vastleggen.
Vandaag Inside: Johan Derksen: 'Ik keek donderdag een beetje verbaasd op van Jort Kelder...'