Heineken brouwde jarenlang 'islamitische biertjes' in Iran

zaterdag, 11 april 2026 (06:08) - Follow the Money

In dit artikel:

Heineken was van 2018 tot september 2025 actief in Iran via een joint venture met de lokale Solico Group: het bedrijf werd in 2018 deelnemer in Castle Noush, een producent van alcoholvrije moutdranken die in Iran als ‘islamitisch bier’ bekendstaan. Heineken nam aanvankelijk een meerderheidsbelang (51%), later werd dat teruggebracht tot 49% (november 2020) en volgens de brouwer is het belang in september 2025 voor een symbolisch bedrag aan Solico verkocht. De productie vond plaats in een fabriek nabij Teheran (Shariar) met een brouwcapaciteit rond 300.000 hectoliter en enkele honderden tot duizend banen.

De samenwerking bleef grotendeels onder de radar: Heineken publiceerde er geen persbericht over, noemde de deelneming niet in jaarverslagen en plaatste het belang alleen in de lijsten van deelnemingen bij de Kamer van Koophandel in 2018–2020. Sinds 2020 verstrekt Heineken die wettelijk verplichte lijst niet meer, waardoor derden de transactie en het vertrek niet gemakkelijk kunnen verifiëren. Enkele op Iran uitgezonden medewerkers gaven op LinkedIn vaagheden aan over hun verblijf; een oud-financieel directeur van Castle Noush erkende wel intern te hebben gewerkt aan naleving van internationale sancties.

Motieven en timing: Heineken zag Iran destijds als groeimarkt vanwege de grote, jonge bevolking en een ruime alcoholvrije biermarkt. De brouwer stelde dat het politieke akkoord na 2015 (het nucleaire akkoord/JCPoA) investeringen veiliger maakte, al trok de VS zich in mei 2018 terug en werden sancties weer aangescherpt. Heineken vestigde zich juist in 2018, wat experts opvallend en risicovol noemen. Het uiteindelijke vertrek lijkt deels economisch gedreven: door valuta-devaluatie (de rial) liep de winstgevendheid terug omdat veel grondstoffen en onderdelen aan europrijzen gekoppeld zijn. Heineken zegt geen internationale merken in Iran gelanceerd te hebben; formeel was er in 2020 wel een productielicentie voor Amstel verleend, maar daar is niet gebruik van gemaakt.

Sanctierisico’s en mogelijke banden met de Revolutionaire Garde: critici wijzen op mogelijke risico’s voor overtreding van Amerikaanse sancties. Solico wordt in Iran gepresenteerd als de grootste private voedingsmiddelenproducent en kan, aldus deskundigen, nauwe verwevenheden hebben met het netwerk rond de Islamitische Revolutionaire Garde (IRG). In Iran is het volgens experts in de praktijk moeilijk om economische activiteiten te ontkoppelen van instituties die aan de IRG gelieerd zijn; de VS bestempelden de IRG in 2019 als terroristische organisatie en verbieden samenwerking met haar. De EU nam de IRG later ook op een terroristenlijst (vermeld wordt 29 januari, recent). Sanctie-experts merken op dat productie-investeringen in voedingsmiddelen niet automatisch onder de humanitaire uitzonderingen vallen en dat voor commerciële productietrajecten vaak voorafgaande Amerikaanse goedkeuring vereist is — zeker relevant omdat Heineken aanzienlijke commerciële belangen in de VS heeft (ongeveer vijftien deelnemingen daar, exportactiviteiten en beursnotering).

Transparantie- en reputatievragen: Heinekens terughoudendheid om openheid te geven over de Iraanse deelneming wekt zorgen bij beleggers- en onderzoeksorganisaties. De VEB vroeg om opheldering; onderzoekers vinden het ongebruikelijk dat de wettelijk verplichte lijst van deelnemingen niet openbaar wordt gemaakt en wijzen op verschillende risico’s die beleggers moeten kunnen inschatten (o.a. sancties, mensenrechten, fiscale issues). Follow the Money vroeg het Amerikaanse ministerie van Financiën of Heinekens activiteiten aan US-authoriteiten waren gemeld; daar kwam geen antwoord. Heineken zelf lichtte toe dat de investering vanaf 2020 werd afgebouwd en dat men zich terugtrok uit operationele rollen.

Belangrijke aandachtspunten voor de lezer: Heineken’s aanwezigheid in Iran is opmerkelijk omdat het de eerste internationale alcoholproducent lijkt te zijn die zich sinds de Iraanse Revolutie in 1979 vestigde. De zaak legt spanning bloot tussen commerciële kansen in afgeschermde markten, reputatierisico’s en de complexe toepassing van internationale sanctieregimes. Zonder openbare deelnemingenlijst blijft het echter moeilijk om onafhankelijke verificatie van Heinekens vertrek en de voorwaarden van de verkoop aan Solico te verkrijgen.