Heerts en Asscher noemen grotere bevoegdheid bij FNV essentieel
In dit artikel:
Ton Heerts en Lodewijk Asscher hebben vrijdag bij de ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam gepleit voor uitbreiding van hun bevoegdheden als tijdelijk toezichthouders van FNV. De twee waren door de ondernemingskamer aangesteld om de grootste Nederlandse vakbond uit een bestuurcrisis te halen, maar botsen op verzet van het Ledenparlement dat volgens hen moet verdwijnen om voortgang mogelijk te maken.
Heerts, zelf ooit FNV-voorzitter, zei dat er binnen de bond soms sprake is van „machtsspelletjes” en dat het Ledenparlement zich steeds meer als een Tweede Kamer gedraagt, waardoor FNV onbestuurbaar zou zijn geworden. Asscher verklaarde „geschrokken” te zijn van de interne strijd en sprak van „diepe conflicten” en een permanent „zwaard van Damocles” boven bestuurders die hen ontheft.
Hun advocaat benadrukte dat de beschuldigingen van dictatoriaal optreden — waarmee critici de voorgestelde ingrepen gelijkstellen aan regimes als China, Rusland en Noord-Korea — ongegrond zijn; de maatregelen zouden juist de democratische slagkracht van de bond versterken. In de zaal sprak onder meer de interne FNV-groep FNV Personeel steun uit voor Heerts en Asscher; die groep stelt dat het Ledenparlement zijn machtspositie probeert te behouden, wat niet in het belang van de hele organisatie zou zijn.
Kort gezegd vragen de toezichthouders de ondernemingskamer om de bevoegdheid om de statuten van FNV te wijzigen, omdat zij dat noodzakelijk achten om de bestuursimpasse te doorbreken en bestuurbaarheid te herstellen. De zaak draait daarmee om de balans tussen interne controle door ledenvertegenwoordiging en de mogelijkheid tot ingrijpen om de bond weer functioneel te maken.