Heeft zo'n minister dan geen adviseurs met een tikkie historisch besef of een vleugje straatwijsheid?
In dit artikel:
De Nederlandse minister van Justitie en Veiligheid, David van Weel, kondigde op televisie aan de ontwikkelingshulp van de EU aan Sierra Leone te willen laten stopzetten omdat dat land weigert de voortvluchtige drugsbaron ‘Bolle Jos’ Leijdekkers – die ook als beschermeling en schoonzoon van de president geldt – op te pakken en uit te leveren. De Nederlandse regering vraagt daar al ruim anderhalf jaar om; Van Weel reisde zelfs naar Genève om zijn Sierra Leoneese collega persoonlijk te confronteren. De minister presenteerde deze stap als een antwoord op een staat van machteloosheid tegenover het uitblijven van samenwerking.
Misdaadverslaggever Paul Vugts waarschuwt dat het bevriezen van hulp de situatie kan verergeren. Hij betoogt dat vacuums die ontstaan wanneer de overheid faalt, worden opgevuld door criminelen die zo hun macht en populariteit uitbouwen — voorbeelden zijn de maffia in Zuid-Italië, drugslords in Braziliaanse favelas en lokale criminele netwerken in delen van Amsterdam-Zuidoost. Door basisvoorzieningen of steun te bieden winnen dergelijke figuren legitimiteit bij de bevolking; het intrekken van hulp kan hen juist extra ruimte geven om dat te doen.
Vugts wijst erop dat er recent wel een arrestatie viel: Bosse Jos’ oudere broer Harry werd in Turkije opgepakt op verdenking van miljoenenwitwassen en naar Nederland overgebracht. Dat werd door Van Weel als een overwinning gepresenteerd, maar de schrijver waarschuwt dat pas de arrestatie en uitlevering van de topman zelf de zaak echt zou oplossen. Tegelijkertijd wijst hij op eerdere juridische tegenvallers in de familie, zoals de vrijspraak van Jos’ vader in een witwaszaak. Vugts concludeert dat politieke symboliek niet hetzelfde is als een strategie om georganiseerde misdaad te ontmantelen.