Heeft provincie Drenthe het gemunt op familie Stevens en hun plannen voor een woonboerderij in Donderen?
In dit artikel:
Jan‑Roelof Stevens en zijn vrouw kochten een kavel van ruim 4.000 m² aan de Middenweg in Donderen, pal achter eetcafé Hoving, met de bedoeling er een nieuwe rietgedekte boerderij te bouwen. De gemeente Tynaarlo zag in het plan een voorbeeld van ‘inbreiding’—nieuwbouw binnen bestaand dorpsgebied—en werkte mee aan een bestemmingsplanwijziging. Een buurman van de Vriezerweg, wiens tuin aan het perceel grenst, protesteerde echter tegen kap van beplanting en tegen de bouw; volgens hem zou de ingreep de cultuurhistorische openheid van het esdorp aantasten.
De kwestie sleept al jaren. De provincie Drenthe reageerde pas traag nadat Tynaarlo de plannen doorstuurde (een ontbrekend huisje op de plattegrond werd later hersteld), maar kwam uiteindelijk met een zienswijze: nieuwbouw op die plek zou de historische zichtlijnen op de es schaden en is volgens de provincie in strijd met het provinciale beleid en het Cultuur Historisch Kompas. Uit openbare documenten die Stevens via de Woo opvroeg, blijkt dat provinciale ambtenaren intern hebben gediscussieerd over hoe die argumentatie vorm te geven; een interne mail suggereert dat men naar alternatieve invalshoeken moest zoeken. Ook blijkt dat de provincie haar standpunt eerst met de protesterende buurman deelde, en Stevens pas een maand later informeerde—wat vragen oproept over het fair play‑beginsel en de objectiviteit van de provinciale communicatie.
In oktober 2025 belde de commissaris van de Koning Jetta Klijnsma volgens Tynaarlo met het dringende verzoek het agendapunt over de woning van de raadsvergadering te halen. De gemeente gaf eerst gehoor, maar zette het onderwerp later alsnog op de agenda; de gemeenteraad keurde de bestemmingswijziging unaniem goed. De provincie trad daarop echter door met een zogeheten reactieve aanwijzing—een uitzonderlijk zwaar instrument waarmee Gedeputeerde Staten een door een gemeente vastgesteld plan kunnen blokkeren omdat het provinciaal belang zou schaden. Die maatregel komt zelden voor; een vergelijkbaar ingrijpen in Drenthe dateert uit 2015.
Binnen het provinciebestuur bestond verdeeldheid over die stap: gedeputeerde Yvonne Turenhout steunde de aanwijzing, terwijl voormalig gedeputeerde Gert‑Jan Schuinder het onbillijk vond en pleitte voor een minnelijke oplossing. Toch hielden provinciale ambtenaren vast aan het blokkeren van het plan. Tynaarlo is in beroep gegaan; de zaak belandt bij de Raad van State. Stevens is een bodemprocedure gestart en heeft bovendien aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie wegens mogelijke corruptie van één of meer provinciale ambtenaren; de provincie ontkent onregelmatigheden en benadrukt dat cultuurhistorici van meet af aan tegen het plan waren.
De controverse kost veel geld en arbeidsuren: sinds 2021 zijn talloze documenten, juridische adviezen en overleggen gemaakt; de totale prijs voor provincie en gemeente kan oplopen richting een ton, exclusief nog te verwachten advocaatkosten. Voor Stevens zijn de persoonlijke aanloopkosten ook hoog. De buurman voelt zich door de gemeente in de steek gelaten en prijst de provincie voor het ingrijpen; de gemeente houdt zich inhoudelijk op de vlakte omdat de zaak voor de rechter ligt.
Kort samengevat draait het conflict om tegenstrijdige belangen: lokaal ruimtegebruik en initiatief van een grondeigenaar versus provinciale bescherming van cultuurhistorische waarden in esdorpen. De juridische uitkomst bij de Raad van State en het onderzoek van het OM naar de corruptie‑melding bepalen of en hoe op die specifieke locatie gebouwd kan worden.