Heeft America's Next Top Model de modewereld verbeterd of juist beschadigd?
In dit artikel:
America’s Next Top Model (ANTM) beloofde de modewereld te openen — vooral dankzij bedenker Tyra Banks, die als zwarte supermodel zelf niet paste in toenmalige schoonheidsidealen — maar röntgenfoto’s van de serie tonen vooral structurele misstanden. In de podcast Vroeg! reageert mode-activist en opiniemaker Janice Deul geschokt op de documentaire Reality Check: Inside America’s Next Top Model, die blootlegt hoe het format systematisch grenzen overschreed en jonge kandidaten schaadde.
Wat er gebeurde: ANTM combineerde reality-tv met een eliminatiecompetitie: kandidaten woonden samen, werden onophoudelijk gefilmd en moesten uitdagende opdrachten doen, waarna wekelijks iemand naar huis werd gestuurd. Die productiedwang gaf makers enorme macht; wie als lastig werd gezien, riskeerde het einde van zijn of haar modelcarrière. Om kijkcijfers te winnen werden opdrachten en toon steeds extremer: poseren alsof je een eetstoornis had, doen alsof je een moordslachtoffer bent, fotosessies tussen echte daklozen, of scenario’s waarin modellen werden uitgehongerd, uitgedroogd of onderkoeld. De productie zou bewust aansturen op mentale instortingen omdat tranen en emotie televisie keken.
Veel voorbeelden zijn schrijnend: make-overs verliepen vaak vernederend en onprofessioneel — in sommige gevallen werden tanden getrokken of haar afgeritst; afrohaar werd soms afgeschoren door witte ploegleden, met spot en vernedering. Deul somt bodyshaming, vernedering, verheerlijking van geweld en grensoverschrijdend gedrag op en noemt ANTM “de ideale kweekvijver voor misbruik.” Modellen hadden weinig zeggenschap; er was geen vakbond of onafhankelijk meldpunt en deelnemers kregen vaak geen nazorg voor de trauma’s die ze opliepen.
Tegelijkertijd had het programma een dubbel effect op diversiteit in mode. ANTM opende deuren: zwarte modellen, curvy modellen, LGBTQ+-juryleden en kandidaten met een transverleden kregen een platform dat eerder ontbroken had. Maar Deul waarschuwt dat die vooruitgang vluchtig was — de industrie lijkt terug te keren naar de esthetiek ‘dun, dunner, dunst’ en diversiteit wordt vaak gereduceerd tot nieuwe stereotypes. Volgens haar kwamen de echte veranderingen niet uit de modewereld zelf, maar door activisme en kritische consumenten; de sector blijft in veel opzichten behoudend en gesloten.
De documentaire en Deuls reactie hebben een bredere discussie aangewakkerd over grensoverschrijdend gedrag in de mode en over de verantwoordelijkheid van tv-producties. Er is meer bereidheid bij individuen om grenzen aan te geven, maar structurele oplossingen ontbreken nog. Deul pleit onder meer voor een onafhankelijk meldpunt voor de mode-industrie en betere nazorg voor deelnemers.
De erfenis van ANTM is dus dubbel: het programma heeft zichtbaarheid en plekken voor gemarginaliseerde modellen gebracht, maar maakte tegelijk pijnlijk zichtbaar hoe kwetsbaar en machteloos deelnemers konden zijn binnen een publiek-gedreven, sensatiegerichte industrie — en hoe weinig structurele bescherming daartegen aanwezig is.