Havoleerlingen zakken het vaakst voor eindexamens: 'Verdund vwo-programma'

zondag, 26 april 2026 (11:43) - NU.nl

In dit artikel:

Uit een door NU.nl gemaakte data-analyse blijkt dat havoleerlingen opvallend vaker zakken voor hun eindexamens dan leerlingen van andere niveaus in Nederland. Gemiddeld slaagt 88,2 procent van de havo‑afgestudeerden, tegenover 97,5 procent op vmbo-basis (vmbo-bb). Dit patroon is al minstens vijftien jaar stabiel: havo kent structureel de hoogste zakpercentages, gevolgd door vwo en daarna de verschillende vmbo-richtingen.

De VO-raad noemt twee belangrijke verklaringen. Ten eerste is de havo-populatie heterogeen: er zitten zowel “typische” havoleerlingen tussen als ex‑vwo’ers voor wie atheneum te zwaar bleek, én doorstromers van vmbo die minder gewend zijn aan de havo‑werkwijze. Van die doorstromers (de zogenoemde stapelaars) behaalt ongeveer twee derde binnen de geplande twee jaar het diploma; een derde niet, wat de slagingscijfers drukt. Ten tweede lijkt het havo‑programma sterk op dat van het vwo: profielen, vakken en veel leermethodes zijn op havo/vwo geschreven en hebben een vrij academische toon. Daardoor ervaren veel havoleerlingen de opleiding als een verdund vwo met minder aansluiting bij hun leerstijl, terwijl zij in de bovenbouw ook maar twee jaar tijd hebben om zich op het examen voor te bereiden (tegenover drie jaar bij vwo).

Wiko Veenvliet, voorzitter van het Havoplatform en bestuurslid van een scholengroep, stelt dat havoleerlingen meer baat hebben bij toepassingsgericht en samenwerkend onderwijs. Als praktische oplossing ontwikkelde zijn platform HavoP: een projectprogramma waarbij leerlingen opdrachten voor echte bedrijven en instellingen uitvoeren (bijvoorbeeld het ontwerpen van een toegankelijk veerpontje inclusief drijfvermogenberekeningen). HavoP loopt nu als pilot op 240 scholen en wordt vanaf volgend schooljaar als officieel schoolexamenvak voor alle scholen beschikbaar. Het doel is motivatie, betere aansluiting op het hbo en een concreet onderdeel van het diploma.

De cijfers tonen dat havoleerlingen gemiddeld de laagste schoolexamencijfers halen, maar bij het centraal examen in mei soms een inhaalslag maken — een aanwijzing dat de capaciteiten er wel zijn, maar dat de bovenbouw niet altijd voldoende prikkelt. Wat de hoge slagingspercentages op vmbo-bb betreft, stelt de VO-raad dat dit niet betekent dat de examens te makkelijk zijn; veel leerlingen zitten daar op het juiste niveau en krijgen passende voorbereiding.

Het ministerie van Onderwijs zegt geen streefcijfers per niveau te hanteren; de inhoudelijke moeilijkheid van examens ligt bij het College voor Toetsen en Examens, dat wel probeert de jaar-op-jaar moeilijkheid stabiel te houden. Desondanks blijven de examens voor de gemiddelde havist doorgaans spannender dan voor de gemiddelde vmbo-bb’er.