Hasna A. krijgt in hoger beroep 9 jaar cel voor slavernij in kalifaat Syrië
In dit artikel:
A., een vrouw uit Enschede, is door de internationale misdrijvenkamer van het gerechtshof in Den Haag schuldig bevonden aan een misdrijf tegen de menselijkheid omdat zij in 2015 tijdens haar verblijf in het IS-kalifaat een jezidi-vrouw als slaaf hield. Het is de eerste zaak in Nederland tegen iemand die zich schuldig maakte aan misdaden tegen jezidi’s, een religieus/etnisch Koerdische minderheid.
A. reisde in 2015 naar Syrië om zich bij IS aan te sluiten. Ze trouwde met een IS-strijder, kreeg daarna nog drie kinderen en scheidde later. Haar toen vierjarige zoontje met een verstandelijke beperking bracht daardoor een groot deel van zijn jeugd door in oorlogsomstandigheden. In Raqqa belandde A. in het huis van een andere strijder waar een jezidi-vrouw als slaaf werd gehouden; de vrouw moest huishoudelijke taken doen en eten klaarmaken voor A.’s zoon. Het hof oordeelde dat A. samen met die strijder op onmenselijke wijze de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer heeft ontnomen. A. volgde de uitspraak vanuit de gevangenis van Zwolle via videoconnectie. Bij het bepalen van de straf hield het hof rekening met haar verminderde toerekeningsvatbaarheid; de jezidi-vrouw kreeg een schadevergoeding toegekend.