Hartstichting: angst onder Nederlanders om reanimatie fout te doen is onterecht
In dit artikel:
Een op de vier Nederlanders heeft een reanimatiecertificaat, maar veel van hen durven zich niet aan te melden als burgerhulpverlener, meldt de Hartstichting. Uit een onderzoek onder 4.100 volwassenen blijkt dat 62% vreest dat een slachtoffer aan een fout van een burgerhulpverlener kan overlijden; daarnaast leeft het misverstand dat je als burgerhulpverlener 24/7 beschikbaar moet zijn. De Hartstichting benadrukt dat die angsten ongegrond zijn: bij een hartstilstand is snelle hulp cruciaal en starten met reanimeren kan levens redden, terwijl niets doen vrijwel zeker fataal is. Aanmelders kunnen zelf bepalen of ze een oproep accepteren en bij meldingen wordt altijd meerdere vrijwilligers tegelijk gealarmeerd, zodat niemand zich verantwoordelijk hoeft te voelen als hij of zij niet kan reageren.
Het netwerk werkt via 112 en HartslagNu: bij een melding stuurt het systeem automatisch hulpverleners in de directe omgeving een oproep. In Nederland krijgen dagelijks zo’n 45 mensen buiten het ziekenhuis een hartstilstand; burgerhulpverleners zijn gemiddeld 2,5 minuut sneller ter plaatse dan een ambulance. Die gewonnen minuten vergroten de overlevingskans aanzienlijk. Jaarlijks worden ruim 12.000 reanimatiemeldingen geregistreerd en bij acht van de tien daarvan wordt de reanimatie door burgerhulpverleners gestart.
Tegelijkertijd zijn er nog tekorten in sommige regio’s, waardoor niet overal direct hulp beschikbaar is. Praktische voorbeelden in het artikel illustreren de impact en emotionele kant van burgerhulpverlening — zoals een oproep waarbij de melder zijn eigen vader bleek te moeten helpen. Meer registratie van getrainde burgers en duidelijke informatie over wat het vrijwilligerswerk inhoudt kunnen de dekking verbeteren en het aantal overlevenden verhogen.